Wetenschapper tikt UCI op de vingers: “Motoren mogen ook niet pal naast of achter wielrenners rijden”
Bob Jungels in Luik-Bastenaken-Luik Foto: Photo News

Bert Blocken, hoogleraar bouwfysica aan de KU Leuven en TU Eindhoven, uit kritiek op de Internationale Wielerunie UCI omdat die weigert motorrijders te verbieden om tijdens wedstrijden pal naast of achter een wielrenner te rijden. Momenteel mag een motor niet net voor een wielrenner rijden, maar volgens Blocken is het wetenschappelijk afdoend bewezen dat er ook ongewenste effecten optreden als ze naast of achter wielrenners rijden.

“Onze windtunneltesten en computersimulaties tonen aan dat een renner die op een afstand van 1 meter achter een motorfiets rijdt, tot 4 keer minder luchtweerstand ondervindt en met dezelfde inspanning plots dubbel zo snel kan rijden. Zelfs rijden op een grotere afstand achter de motorrijder levert nog steeds significant voordeel op. Op 30 meter bijvoorbeeld heb je als wielrenner nog steeds 2 tot 3 procent minder luchtweerstand”, aldus Blocken in een blog op de Dagkrant van de KU Leuven.

Wielrenners hebben niet alleen voordeel als ze achter de motor rijden, maar ook als ze voor de motor uitrijden. “Uit onze testen blijkt dat de aanwezigheid van een motorfiets achter een renner op een afstand van 0,25 meter, 0,5 meter of 1 meter de luchtweerstand van de renner doet afnemen met respectievelijk 8,7 procent, 6,4 procent en 3,8 procent, waardoor de renner ook in dit geval sneller zal kunnen rijden”, aldus Blocken. Dat komt omdat de aanwezigheid van de motor de zuigkracht achter de renner doet afnemen.

Anders is het met een motor die pal naast de wielrenner rijdt. “Bij een typische afstand van 1 tot 1,5 meter tussen wielrenner en motorrijder buigt de luchtstroom voor de motorrijder af langs de zijden en versterkt zo de luchtstroom voor de wielrenner. Die krijgt op die manier een luchtweerstand te verwerken die tot 16 procent hoger kan zijn, waardoor hij tot 8,3 procent trager gaat rijden.”

Zelfs met een tussenafstand van 3 meter is er volgens Blocken nog steeds een toename van de luchtweerstand met 5 procent.