'Voedsel produceren met gif? Hoe zijn we ooit op  dat onzalige idee gekomen?'
Foto: Johan Docx
De Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes vecht al jaren tegen pesticiden. Het kostte hem zijn gezondheid en zijn inkomen. ‘Spijt? Nee, ik wil aan de juiste kant van de geschiedenis staan.’ dS Weekblad sprak met de man. Hier leest u alvast een voorproefje.

Op vrijdag 27 april stemden zestien Europese lidstaten voor een verbod op het gebruik van drie neonicotinoïden, afgekort: neonics. Dat zijn pesticiden waarvan inmiddels afdoende is bewezen dat ze massale sterfte van bijen en andere bestuivers tot gevolg hebben. Het nieuws viel wat tussen de plooien. Alsook dat België een uitzondering bedong en verkreeg. 

‘Het is te laat en te weinig’, zegt de Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes, auteur van het in 2010 verschenen The Systemic Insecticides: A Disaster in the Making. Een pyrrusoverwinning noemt Tennekes het verbod op neonics. Of ook: een schoolvoorbeeld van wat het Europees Milieuagentschap (EEA) in een rapport van 2013 ‘late lessons from early warnings’ noemt. Tennekes luidde samen met Jeroen van der Sluijs van de Universiteit Utrecht als eerste in de Lage Landen de klok over die neonics. Dat was in 2009 en ook dan al niet meer écht een early warning.

‘Al in 1994 zagen Franse imkers hun diertjes massaal voor de bijl gaan’, vertelt Tennekes. ‘Ze stonden voor een raadsel, gingen hun licht opsteken bij hun buren de boeren. Of die toevallig iets anders dan anders hadden gedaan op hun akker? Welja, ze waren begonnen met de zaadjes van zonnebloemen preventief te coaten met een laagje insecticide, zoals er antibiotica preventief in veevoeder worden gemengd.’

Het EEA schat dat er zo’n honderdduizend chemicaliën in commercieel gebruik zijn. Het goede nieuws is dat er sinds het begin van deze eeuw een pak regels, conventies en verdragen zijn gesloten. Er wordt dus wel gedweild. Het slechte nieuws is dat de kraan verder openstaat dan voordien gedacht.

‘De voorbije tien jaar,’ schreef EEA in 2013, ‘is almaar duidelijker geworden dat bepaalde chemische substanties zeer stabiel blijven in de natuur en dat ze langdurige en uiteenlopende effecten kunnen hebben vooraleer ze worden afgebroken in onschadelijke vorm.’

En verder: ‘Blootstelling aan toxische chemicaliën en bepaalde voeding kan schade berokkenen, met name aan kwetsbare groepen zoals foetussen in de baarmoeder of tijdens de kindertijd, wanneer het hormoonstelstel zich volop ontwikkelt. Zelfs blootstelling aan kleine doses kan verwoestende consequenties hebben, gaande van kanker en een ernstige impact op de menselijke ontwikkeling tot chronische ziekten en leerstoornissen.’

Het zit, gaat en kruipt overal. Tot op de top van de Mount Everest vind je arsenicum en cadmium in de bodem. Een baby wordt geboren met 300 chemische stoffen in het lichaam. 

Zaterdag in dS Weekblad: waarom zijn we zo hardleers en reageren we zo tergend traag op vaak al in een vroeg stadium gesignaleerde risico’s voor mens en milieu? ‘We worden steeds ouder, maar driekwart van de 65-plussers heeft een chronische ziekte. En die houden we in leven met chemie. Kortom, we maken mensen ziek met chemie en we houden ze in leven met chemie’