Bijna helft leerkrachten in middelbaar stopt binnen vijf jaar
Foto: Photo News

Leerkrachten in het middelbaar hebben het bijzonder lastig om voor de klas te blijven staan. Uit nieuwe cijfers blijkt dat bijna de helft binnen de vijf jaar de handdoek in de ring gooit. Een alarmerend hoog cijfer, zeker omdat er de komende jaren duizenden leerkrachten extra nodig zijn. De vakbonden eisen dat onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) eindelijk met een plan over de brug komt om de job aantrekkelijker te maken.

Met 5.391 waren ze in september 2011: het aantal mensen dat vol goede moed voor een job in een middelbare school koos. In 2016 stonden ze nog amper met 3.022 voor de klas. Dat betekent dat in vijf jaar tijd liefst 44 procent van de leerkrachten er de brui aan gaf.

Voorheen was altijd sprake van één op vier leerkrachten, maar dat ging enkel om leraren jonger dan 30 jaar. Nu zijn ook mensen meegenomen die op latere leeftijd kozen voor een job voor de klas. In het basisonderwijs is het verloop iets kleiner, maar ook daar trok één op vier leerkrachten binnen de vijf jaar de schoolpoort achter zich dicht.

‘Dit is slecht nieuws met het oog op het toenemende lerarentekort in Vlaanderen’, zegt Vlaams parlementslid Vera Celis (N-VA), die de cijfers opvroeg bij minister Crevits. Volgens het kabinet zijn jaarlijks tussen de 5.000 en de 7.000 leraren nodig, van wie 4.000 in het secundair.

Gedemotiveerde leerlingen

‘De uitstroom is een gigantisch probleem’, zegt Charlotte Struyve (KU Leuven). ‘Veel onderzoek wijst als oorzaak naar de shock bij de overstap van de leraren­opleiding naar de klas. Studenten worden dan geconfronteerd met de complexiteit van het beroep. Zo moeten ze bijvoorbeeld plots omgaan met de ouders van leerlingen, of moeten ze compleet gedemotiveerde leerlingen zien mee te krijgen.’

Vooral in de grote steden komt daar nog eens een grote diversiteit in de klas bovenop. Wat ook meespeelt: de hoge werkdruk en het feit dat starters vaak tijdelijke en/of deeltijdse opdrachten krijgen.

Crevits erkent de urgentie van het probleem, maar toch nuanceert ze de cijfers. Ze wijst erop dat de uitstroom van leraren niet hoger ligt in vergelijking met andere economische sectoren en dat de cijfers de voorbije jaren stabiel zijn gebleven. ‘Maar leraren zijn ­gegeerd en het is belangrijk om hen in het onderwijs te houden’, zegt ze. ‘We nemen dan ook een reeks maatregelen.’

Zo besliste de Vlaamse regering recent om beginners meer werkzekerheid te geven door een vaste benoeming sneller mogelijk te maken en moeten scholen hen begeleiden om te vermijden dat ze tenondergaan in een moeilijke klas of verzuipen in het werk. Ook de lerarenopleiding wordt inhoudelijk versterkt.

Meer zuurstof

Een goede eerste stap, vindt vakbond COC, maar om het tij echt te doen keren is volgens secretaris-generaal Koen Van Kerkhoven véél meer nodig. ‘Je kan mensen enkel in het onderwijs trekken door te bewijzen dat de job aantrekkelijk is’, zegt hij. ‘Nu ligt die net langs ­alle kanten onder vuur, bijvoorbeeld omdat er gesnoeid wordt in de mogelijkheden om loopbaanonderbreking te nemen. Leerkrachten krijgen er almaar taken bij en moeten voor alles wat ze doen een papiertje invullen. Er moet dringend meer zuurstof in het onderwijs komen, zodat leraren zich weer kunnen focussen op het lesgeven.’

Crevits spreekt al langer met de vakbonden over dat zogenoemde loopbaanpact, maar die onderhandelingen zijn on hold gezet in afwachting van een nieuwe studie. De kans is klein dat het pact er nog deze legislatuur komt.