Zo ziet Vlaams gezin eruit
Foto: ss

Vrouwen nemen nog altijd meer zorgtaken op in het doorsnee Vlaamse gezin. Dat blijkt uit de Gezinsenquête die het Vlaamse Departement van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in 2016 heeft gehouden. Dit zijn de opvallendste resultaten.

ZORG

Vier op de tien vrouwen vinden, volgens de Gezinsenquête, dat ze meer huishoudelijke taken opnemen dan eerlijk is, tegenover nog geen 5 procent van de mannen. Iets meer dan de helft van de vrouwen vindt dat de taken eerlijk verdeeld zijn, tegenover bijna zeven op tien mannen.

Hoogopgeleide mannen dragen meer bij aan de zorg voor de kinderen in de Vlaamse gezinnen. Mannen dragen ook meer bij aan zorgtaken naarmate het aantal werkuren van de vrouw toeneemt. Bijna drie vierde van de ondervraagden vindt dat ze de zorg voor de kinderen eerlijk verdeelt met de partner. Een kwart van de vrouwen vindt dat ze meer zorgt voor de kinderen dan eerlijk is, tegenover een vijfde van de mannen die vindt dat ze minder zorgen biedt dan eerlijk is.

Waarom de zorg niet beter verdeeld wordt? Het werk, maar ook een LAT-relatie en het feit dat de nieuwe partner niet de vader van het kind is, worden vaak als redenen opgegeven.

Iets meer dan vier op de tien ondervraagden krijgen onbetaalde hulp bij de zorg voor en opvang van de kinderen. Het gaat dan vooral om (schoon)ouders, maar ook om broers en zussen. Bijna een op de drie respondenten geeft aan dat ze betaalde opvang voor de kinderen gebruikt.

MET TWEE WERKEN NODIG

Het klassieke kostwinnersgezin - waarbij één iemand gaat werken en één iemand thuis blijft - staat financieel onder druk. Bijna een op de drie van die gezinnen kan geen onverwachte uitgave van duizend euro betalen of met vakantie gaan. Met twee uit werken gaan, lijkt meer dan ooit noodzakelijk.

Een gezin op de tien (10,8 procent) zegt moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het gezinsinkomen. Bij tweeverdieners is dat slechts 3,6 procent. Bij koppels met slechts één inkomen loopt dat op tot 18,4 procent. Ook facturen betalen is problematischer in het traditionele kostwinnersgezin. Bij tweeverdieners is dat maar voor 4,7 procent een probleem, terwijl dat bij éénverdieners oploopt tot 15,7 procent.

WAARDEN

‘Respect voor anderen’ is het belangrijkste opvoedingsdoel: bijna 60 procent van de ouders plaatst het in zijn top drie van belangrijkste opvoedingsdoelen. Op plaats twee en drie staan ‘gevoel voor verantwoordelijkheid’ (48,5 procent) en ‘voor zichzelf opkomen’ (43,2 procent).

Minder belangrijk als opvoedingsdoel vindt de Vlaming ‘ijverig en ambitieus zijn’ (10,4 procent), ‘verdraagzaam zijn’ (10,4 procent) en ‘rekening houden met anderen’ (13,1 procent).

Vaders vinden prestatiegerichte opvoedingsdoelen belangrijker dan moeders.

Een groot deel van de ouders (meer dan negen op de tien) vindt kinderen opvoeden een verrijking. Dat heeft wel een behoorlijke impact op het sociaal, persoonlijk en relationeel leven.

GEZINSVORM

In 2016 was 71,2 procent van de gezinnen ‘een intact gezin’ is. De kinderen in het gezin hebben daarbij geen relatiebreuk van de ouders meegemaakt. 10,7 procent is een (nieuw) samengesteld gezin, de overige gezinnen zijn alleenstaande ouders. De Vlaming blijft duidelijk streven naar een tweeoudergezin. Het huwelijk verliest wel terrein.

WERK-GEZIN

De combinatie tussen werk en gezin verloopt niet altijd even vlot. Bij voltijds werkenden vindt 66,5 procent van de werkenden dat zijn job goed te combineren is met het gezin. Meer dan de helft van de ouders die niet voltijds werken, geeft een betere combinatie van gezin en werk als reden op. Bijna vier op de tien werkende respondenten geven aan dat ze activiteiten van het gezin moeten missen door het werk.

ALLOCHTONE GEZINNEN

Bijna een op de tien (9,5 procent) Vlamingen van niet-Europese herkomst leeft in een gezin waarin niemand werkt. Bijna negen op de tien ondervraagden hadden op het moment van de enquête (in 2016) betaald werk.

De grootste verschillen zijn er bij de herkomst: 90,1 procent van de respondenten met een Belgische/EU-herkomst heeft werk, tegenover 67,5 procent van de ondervraagden met een niet-EU-herkomst. Bij de niet-werkenden waren de belangrijkste redenen: men zoekt werk (27,7 procent), men werkt niet om gezondheidsredenen of arbeidsongeschiktheid (23,7 procent) en men is huisvrouw/huisman (22,6 procent).