'Stel je voor dat je je suïcidaal kind plots maar twee keer per week mag zien'
Foto: Fred Debrock
Slechts een op de vier kinderpsychiatrische afdelingen staat dagelijks bezoek toe van ouders en familie. ‘Nochtans heeft elk gehospitaliseerd kind recht op een vertrouwenspersoon.’

Als een kind wordt opgenomen in het ziekenhuis om een operatie te ondergaan, kan een van de ouders altijd blijven slapen. Als datzelfde kind in een kinderpsychiatrische afdeling wordt opgenomen, kan dat zelden. Dan is er alleen bezoek mogelijk, meestal op afspraak. Die situatie kan niet langer, vindt jeugdpsychiater Bie Tremmery, die ook docente is aan de KU Leuven.

Uit een recent Vlaams rapport van de Zorginspectie blijkt dat slechts 25 procent van de kinderpsychiatrische afdelingen dagelijks bezoek van ouders of familie toelaat. Dat kan en moet beter, vindt Tremmery. 

Kinderen die worden opgenomen, hebben volgens haar nood aan een vertrouwenspersoon, zoals omschreven in het charter van de rechten van gehospitaliseerde kinderen.  Dat charter stelt dat alle kinderen het recht hebben op een vertrouwenspersoon, zoals ouders of verzorgers, als belangrijk houvast.

Niet alleen de kinderen zijn gebaat bij een vertrouwenspersoon, ook de ouders varen er wel bij, zegt Tremmery. ‘Stel je voor dat jouw kind ­suïcidaal is en je het van de ene dag op de andere maar twee dagen per week meer mag zien. Dat is geen evidentie. De ouders meer betrekken bij het pedagogisch aspect van de behandeling, is essentieel.’

Vorige week nog getuigde Els De Cock, moeder van een opgenomen tienerdochter met zelfmoordgedachten, in deze krant hoe ze binnen de kinderpsychiatrie onvoldoende geïnformeerd werd over de toestand van haar dochter (De Standaard 3 mei). ‘Als jouw kind een operatie ondergaat, word je daar als gezin bij betrokken. Bij een psychisch probleem word je compleet buitengesloten.’ Toen De Cock om een gesprek vroeg met de betrokken psychiater, weigerde de instelling.