Succesvol debuteren is fijn, er een vervolg aan breien is de hel, volgens Lize Spit. Mensen die het kunnen weten beamen dat, en hebben zelfs wat advies voor haar in petto.

‘Sinds dit voorjaar zit ik weer achter m’n bureau’, schreef Lize Spit donderdag op Facebook. ‘Het nieuwe boek ligt voor me als een te beklimmen berg waarvan de top nog onzichtbaar is. Gemiddeld ben ik zes dagen aan het klungelen, wachtend op dat zeldzame moment van overmoed, waarop ik durf te klimmen, waarop ik ram op m’n toetsenbord alsof m’n leven ervan afhangt.’

Van Het smelt, Spits bejubelde debuut­roman, zijn intussen 180.000 exemplaren verkocht, in het Nederlands alleen (het boek is ook vertaald in dertien talen). Spit is pas dertig, ze heeft nog een heel leven om te schrijven, maar een succes als dat van Het smelt kan verlammend werken. Kijk naar Peter Buwalda. Die verbaasde in 2010 vriend en vijand met Bonita Avenue. Dat boek werd de hemel in geprezen en de bestsellerlijsten in gelezen, maar Buwalda brengt pas dit najaar, liefst acht jaar later, zijn tweede roman uit. De leemte vulde hij op met gebundelde columns. Wegens verlamd van de schrik?

Pennen scherpen

We kregen Buwalda niet aan de lijn om de vraag te stellen, maar er zijn gelukkig nog auteurs die ervaring hebben met onverwacht succesvolle debuutromans. Annelies Verbeke, bijvoorbeeld. In 2003 bracht uitgeverij Geus tot haar verbazing Slaap uit, waarmee ze meteen de debuutprijs en veel aandacht won. ‘Het was geen succes in de orde van Het smelt, natuurlijk, maar toch: je tweede boek schrijven is altijd een totaal andere ervaring’, zegt Verbeke. ‘Je zit niet meer in de luwte te schrijven, je voelt iedereen meelezen, je voelt critici hun pennen al scherpen om je neer te sabelen. Zeker jonge vrouwen wordt het succes niet makkelijk gegund, voor ons is de druk nog groter. Mijn tweede boek is inderdaad minder goed ontvangen, en achteraf beschouwd heb ik het wellicht ook te snel de wereld ingegooid. Om ervan af te zijn, denk ik. Mijn derde boek, de verhalenbundel Groener gras, was een verademing: ik had weer plezier in het schrijven, en ik maakte me minder zorgen over wat anderen ervan zouden denken. Als ik Lize advies moet ­geven, dan zou ik zeggen: neem je tijd, blijf dicht bij jezelf en beschouw elk boek als ­onderdeel van een oeuvre dat je opbouwt. Elk oeuvre bevat hoogtes en laagtes, er is niets oneervols aan mislukken.’

Ook Ivo Victoria maakte flink wat indruk met zijn debuutroman Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalf­jarigen won (2009). ‘Bij mij viel een tweede boek schrijven wel mee, maar dat komt doordat het schrijverschap me wat is overkomen’, zegt hij. ‘Het was allemaal nieuw voor mij, ik had nog zoveel te ontdekken. Bij mij is de angst pas later toegeslagen (lacht). Terwijl Lize als schrijver al een weg had afgelegd toen haar debuut uitkwam.’

Toch herinnert ook Victoria zich de extra druk. ‘Zodra je een boek uit hebt, ben je je bewust van “de lezer” en van diens verwachtingen. Daar moet je dan zo weinig mogelijk rekening mee proberen te houden. Zeker met de commerciële verwachtingen, in het geval van Lize. Het succes van Het smelt is zoals de Lotto winnen, dat ­overkomt je maar één keer. Zulke verkoopcijfers zijn nooit alleen toe te schrijven aan kwaliteit, het is ook toeval: het juiste boek op het juiste moment. Dat heb je niet of nauwelijks in de hand.’

Victoria heeft in mei 2012 een videodagboek op Youtube gepost over het schrijf­proces van zijn tweede roman, Gelukkig zijn we machteloos. ‘Zeven minuten euforische hoogte- en dieptepunten’, heeft hij de video zelf genoemd. Het ziet er niet bepaald uit alsof alles van een leien dakje loopt. ‘Dat klopt bij nader inzien wel’, zegt hij. ‘Maar ik had ook nooit verwacht dat het makkelijk zou zijn. Misschien zou dat mijn advies zijn aan Lize: verlies je geduld niet, en ga vooral niet denken dat je weet hoe het moet. ­Accepteer dat het schrijfproces zich niet een bepaalde richting laat uitduwen.’

Tijdsdruk

Niet alleen schrijvers worstelen met het fenomeen van de ‘moeilijke tweede’. Legendarisch is ook de moeilijke tweede plaat. Fixkes, iemand? Het onwaarschijnlijke ­succes van ‘Kvraagetaan’ uit hun debuutplaat Fixkes (2007) zal vast ook verlammend hebben gewerkt. De tweede cd, ­Superheld, die 2,5 jaar later kwam, werd in ieder geval weinig enthousiast onthaald. ‘Voor je debuutplaat kun je putten uit een schat aan liedjes die je de jaren voordien hebt geschreven’, zegt zanger en songschrijver Sam Valkenborgh. ‘Daarna is die voorraad op en moet je van nul beginnen. Dat was een probleem, omdat ik nogal snel afgeleid ben.’ (lacht)

‘We hebben onszelf voor de tweede cd ook wel wat tijdsdruk aangepraat’, zegt Valkenborgh. ‘Je denkt dat mensen je zullen vergeten, dus ga je schrijven omdat er geschreven moet worden, en maak je dingen af die misschien beter nog wat hadden ­kunnen rijpen. Bij onze derde cd was die angst weg. Dat was ook makkelijker: “Kvraagetaan” was al zo lang geleden, de buitenwereld was ons half vergeten.’

De ondraaglijke druk van het succesvolle debuut
Annelies Verbeke, schrijfster van ‘Slaap’. Foto: Frederiek Vande Vede

Nog een laatste tip voor Spit zou kunnen zijn: maak van je worsteling om een tweede boek te schrijven het onderwerp van je tweede boek. Dat deed Mano Bouzamour, het ‘Marokkaans schoffie’ wiens autobiografische debuut De belofte van Pisa vijf jaar geleden een bestseller werd in Nederland. Hij vertelt over zijn angst voor het vervolg in zijn al even autobiografische tweede roman Bestsellerboy. Volgens de ­critici is het boek een mislukking, maar wat is één mislukking in een heel oeuvre?