Gemeentebelasting moet niet meer in elke wijk even hoog zijn
Foto: Jimmy Kets

De gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing kunnen vanaf het aanslagjaar 2019 variëren van wijk tot wijk.

Het voorstel van decreet van Rik Daems (Open Vld), Jos Lantmeeters (N-VA) en Koen Van den Heuvel (CD&V) daarover is woensdag goedgekeurd in het Vlaams Parlement. Enkel oppositiepartij Groen onthield zich bij de stemming.

Een woning wordt in Vlaanderen belast op het kadastraal inkomen, de fictieve huuropbrengst van het pand. De onroerende voorheffing daarop moet worden betaald aan de Vlaamse overheid. De gemeenten rekenen opcentiemen aan op die belasting.

Vandaag moeten de gemeenten op hun hele grondgebied hetzelfde percentage vragen. De drie Vlaamse meerderheidspartijen laten hen daar nu van afwijken, zodat ze via de belasting bijvoorbeeld kunnen aanmoedigen om in de kern te gaan wonen.

Verloederde stadswijken

Open Vld, CD&V en N-VA verwachten dat er de komende jaren nog veel meer druk op de woningmarkt zal komen. Onder meer omdat het aantal huishoudens met één of twee personen toeneemt, stijgt de vraag naar betaalbare woningen. Voor oudere mensen die alleen wonen dreigt het onbetaalbaar te worden om in een dorps- of stadskern te blijven.

Met het voorstel zullen gemeenten de onroerende voorheffing kunnen kwijtschelden of verminderen voor verloederde stadswijken, of voor gepensioneerden met een klein pensioen, voor jonge gezinnen die een woning willen aankopen en renoveren, voor onbewoonbaar verklaarde woningen of voor het bewoonbaar maken van leegstaande ruimtes boven een handelszaak.

Het is de bedoeling om de nieuwe mogelijkheid te laten ingaan vanaf aanslagjaar 2019.