Of we er als burger wakker van liggen dat we ons met de wagen op de gewestweg in eigen dorp keer op keer vastrijden, is nog maar de vraag.  Niet meer dan 38 inwoners – de meesten van christen-democratische strekking dan nog – ruilden een zonnig vrijdagterras voor de confrontatie met enkele deskundigen:  Silke Lemant, planoloog van de Provincie Oost-Vlaanderen, en Lochristinaar Conrad Depoortere, zaakvoerder van het Mechels mobiliteitsbureau MINT. De derde spreker, ingenieur Lucie Pertry van  het Agentschap Wegen en Verkeer, gaf uiteindelijk verstek omdat “AWV geen schijn van partijdigheid wilde creëren waarmee ze het overleg met de gemeente Lochristi in het gedrang zou brengen.” Een en ander verhinderde niet dat we een aantal standpunten van AWV voorgeschoteld kregen.

Veel actoren, geen gezamenlijke visie

Hoe je een probleem als de N70 aanpakt?  Een moeilijke vraag, zolang de verschillende actoren – het gemeentebestuur, stad Gent, AWV, De Lijn en Farys om er maar enkele te noemen - geen uniforme visie hebben ontwikkeld. Nieuw zijn het chaotisch winkelverkeer (de baanwinkels op Loots grondgebied zorgen voor liefst 17 op- en of afritten die op de N70 uitgeven), het onveilig fietsen, het onveilig oversteken, de trage verkeersdoorstroming (veiligheid staat altijd in contrast met betere doorstroming) en het sluipverkeer via de achterliggende straten als de Voordestraat en de Smalle Heerweg natuurlijk niet: beide deskundige sprekers -  van twee opeenvolgende generaties – bogen zich recent én 20 jaar geleden om beurten al over de problematiek van de N70, en ook een Openbare Vervoersstudie voor de Gentse Regio legde in 2002 al een aantal pijnpunten bloot.  

Het recent in de pers voorgestelde project “Baanwinkels en Gemeenten op één lijn” stuurt aan op een clustering van de retailhandel. Een langetermijnoplossing, die tegen 2030 ingang zou kunnen vinden. Het achterliggend principe is eenvoudig:  zorg voor verschillende winkelclusters, en verbind er een netwerk met hoogwaardig openbaar vervoer aan. Concreet: gedaan met shoppen met de wagen waarbij je eerst de C&A binnenspringt, dan oversteekt naar Dreamland, om daarna aan de andere kant van de steenweg nog eens een kleedje te passen bij Modemakers. En dan te merken dat u nog vlug boodschappen nodig heeft van de Lidl.

Oplossingen op lange termijn

Of er echt structurele maatregelen mogelijk zijn? Ja, maar dan vooral op lange termijn. Een project in Kalmthout is vergelijkbaar met de N70 in Lochristi. Daar zijn aan het begin en het einde van een secundaire weg type III  een rotonde of ovonde  - een langgerekter rotonde - aangelegd, en is de middenberm gesloten. Niet meer oversteken dus, maar netjes afdraaien en aan het eind terugkeren. De weg heeft er één rijstrook in  beide richtingen, en een zogenaamde ventweg, dat is een speciale parallelweg waarop u van de ene baanwinkel naar de andere kan rijden. Zonder het andere verkeer te hinderen.  Daarnaast is er een afgescheiden en dus veilig fietspad voor de zwakke weggebruiker.  Het levert nauwelijks conflictpunten op, al is een veilige herinrichting natuurlijk geen sleutel om de doorstroming – lees: vlot verkeer – te garanderen.

En in Gent…

Voor de N70 volstaat het natuurlijk niet om met de vinger naar de gemeente te wijzen. Niet alleen omdat het een gewestweg is, maar omdat mobiliteit ook niet eindigt aan de grens met Lochristi. De aanpak van het kruispunt aan de R4 – de flessenhals van het traject – is geografisch een Gentse aangelegenheid, net als de ontwikkeling van de KMO-zone in de Drieselstraat en de mogelijke knip van de Smalle Heerweg, waarover Lochristi dan weer niet te spreken is. Een fietspad in de Voordestraat dat ophoudt te bestaan  op Gents grondgebied, biedt natuurlijk ook niet echt een veilig gevoel. Het invoeren van ‘Globale Vervoerregioplannen’ moet de komende jaren een kader voor regionale samenwerking op verkeersvlak creëren. 

En auto én fiets én openbaar vervoer?

Het verkeer op de N70 vlotkrijgen, is hoe dan ook keuzes maken. Want voldoende plaats voor én auto’s, én openbaar vervoer (een aparte bedding voor een  bus of een sneltramlijn) én zwakke weggebruikers tegelijk is er hoe dan ook niet. Wanneer u dan nog weet dat het gemiddeld woon-werkverkeer in Vlaanderen 59 % bedraagt, en wij in Lochristi met liefst 71 % van thuis naar het werk en terug rijden met de wagen, en er steeds meer inwoners (met een auto) bijkomen, dan is het vrij duidelijk dat de oplossing voor onze favoriete gewestweg nog niet voor morgen en zelfs niet voor overmorgen is.  Want er zijn grenzen aan de groei. Dat maakte ook het mobiliteitsbureau MINT duidelijk:  op de N70 is de intensiteit ten opzichte van de capaciteit hoger dan 100 %, anders gezegd: we passeren er met meer dan de gewestweg aankan. En dat resulteert onvermijdelijk in stilstaan.

En nu?

Moedeloos blijven aanschuiven tot in der eeuwigheid? Toch niet, want ook op korte termijn zijn er suggesties die het leed wat kunnen verzachten. Zo kan de fietspadruimte vergroot worden, en kunnen de langparkeerplaatsen op de steenweg, dat stukje niemandsland tussen het fietspad en de grachten waar bij overvolle parkings al eens geparkeerd wordt, gereduceerd worden. Ook de in- en uitritten van de baanwinkelparkings kunnen zinvoller gebundeld worden. De verkeerslichten zouden kunnen geoptimaliseerd worden door de groentijden te wijzigen. Niet alleen in de ochtend- en de avondspits, maar bijvoorbeeld ook met een zaterdagcyclus. Vanuit het gemeentelijk beleid zijn de mogelijkheden tot ingrijpen natuurlijk beperkt. Eenrichtingsverkeer in de achterliggende straten instellen, of de rijrichting vanop de winkelparkings vastleggen (wie nu van AS  Adventure komt, moet – theoretisch althans – verplicht naar rechts), behoort wel tot de bevoegdheid van de gemeente, aldus de mobiliteitsexperten. 


U merkt het: echt vrolijk wordt u er niet van wanneer u door de ingewikkelde voorgeschiedenis en de vele plannen en suggesties voor “dé" oplossing voor de file op de N70 fietst. In het hele debat was de teneur ook dat elke aanpak steeds een beetje dweilen met de kraan open is. En vergeet vooral niet: “De file, dat ben je zelf.” Overigens ook de titel van een interessant boek over mobiliteit van de Nederlandse onderzoekers Hans van Lint en Vincent Marchau.