Regering laat begrotingsevenwicht los (bis)
Minister van Begroting Sophie Wilmès. Foto: Photo News

2020. Vroeger zal de federale begroting niet in evenwicht zijn. De regering roept de economische groei in om niet zwaar te besparen.

De regering laat het begrotingsevenwicht opnieuw los. Bij haar aantreden had de regering-Michel nog de ambitie om budgettair snel en ingrijpend orde op zaken te stellen. De ‘herstelregering’ moest en zou tegen 2018 de begroting in evenwicht brengen. Die deadline werd al langer met een jaar uitgesteld, en nu blijkt dat de regering ook in 2019 niet naar de nul gaat. Minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) laat vandaag weten dat het ten vroegste 2020 zal worden. Dat heeft het kernkabinet vanochtend beslist bij de voorbereiding van het Stabiliteitspact 2019-2021.

Acht miljard besparen in twee jaar tijd, dat is de mensen blaasjes wijsmaken.’ Met die woorden van N-VA-voorzitter Bart De Wever, vorig jaar op 11 juli, lag vast dat de federale regering het evenwicht voor 2018 los zou laten. De ‘mars naar een evenwicht’ moest voortgezet worden, maar dan wel in een ‘realistisch tempo’.

Dat tempo blijkt een jaar later toch nog altijd te hoog te liggen. Wilmès verdedigt zich door de economische groei erbij te betrekken. Nu hard besparen zou de groei kunnen remmen. ‘We hebben het tekort in drie jaar tijd door drie gedeeld en tegelijk een hoop jobs gecreëerd. De regering wil parallel op groei en budgettaire gezondmaking blijven werken. Maar om een evenwicht te bereiken in 2019 moeten we een inspanning doen van meer dan vijf miljard euro.’

‘Nog wat inspanningen doen’

De regering voelt zich gesterkt door de aanbevelingen van de Hoge Raad van Financiën. Ook die stelt voor om de zaak door te schuiven naar 2020. In de twee scenario’s die de HRF daarvoor voorstelt moet volgend jaar wel 3,6 tot 4,6 miljard bespaard worden. Ook dat lijkt in een verkiezingsjaar weinig realistisch. Om dat te halen ‘zullen we nog wat inspanningen moeten doen’, zei federaal vice Kris Peeters (CD&V).

De Hoge Raad maant de regering aan verder te investeren. ‘In het bijzonder investeringen die een sterk positief effect hebben op de economische bedrijvigheid, het productiepotentieel van de economie en de houdbaarheid van de schuld.’ Het niveau van de Belgische overheidsinvesteringen is immers laag in vergelijking met andere Europese landen en vooral ten opzichte van de totale primaire uitgaven.