Aantal geïnterneerden in cel gehalveerd
Foto: FPC in Gent
Er verblijven nog 543 geïnterneerden in de gevangenis, slechts half zoveel als vijf jaar geleden. Toch kan de doorstroming vlotter.

Ons land is vaak veroordeeld omdat ­geïnterneerden jarenlang in de gevangenis verbleven, waar ze niet de gepaste psychiatrische hulp kregen. Het was voor de overheid de aanleiding om meer te investeren in behandelcapaciteit voor geïnterneerden. Dat gebeurde met de oprichting van ­forensische psychiatrische centra (FPC’s) in Gent en Antwerpen. Die zien er aan de buitenzijde uit als een gevangenis, maar binnen zijn hulpverleners en geen cipiers actief.

Sinds de start van het FPC in Gent, in november 2014, is het aantal geïnterneerden in de gevangenis systematisch gedaald. Eind 2013 verbleven nog 1.087 ­geïnterneerden in de gevangenissen, vandaag zijn dat er 543. Ook het FPC van Antwerpen, open sinds augustus vorig jaar, heeft tot die daling bijgedragen. Eind mei zullen daar alle 182 plaatsen bezet zijn. In Gent zijn het er 264. Bovendien zijn al vijftig mensen uit het FPC van Gent doorgestroomd naar andere voorzieningen.

300 extra bedden

Een op de drie stroomde door naar een gewone psychiatrische voorziening. Nog eens een op de drie naar een forensische voorziening met medium security, of naar een gespecialiseerd centrum voor seksueel delinquenten. Een vijftal patiënten kon zijn intrek nemen in een vorm van beschut wonen of in een appartementje.

‘Dat gebeurt met toestemming van de Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij (KBM), die daarvoor een in vrijheidsstelling op proef moet uitspreken. Er zijn sowieso veel strikte voorwaarden aan gekoppeld’, zegt Inge Jeandarme, psychiater en hoofdarts van het FPC Antwerpen.

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) ziet de doorstroming vanuit de gevangenissen en FPC’s graag nog wat vlotter verlopen. Samen met haar ­collega-minister van Justitie, Koen Geens (CD&V), maakte zij vorig jaar een masterplan internering. Dat voorziet onder meer in de bouw van nieuwe FPC’s in Paifve en Waver, en in een longstay-afdeling in Aalst. Het zal nog enkele jaren duren voor die opengaan, maar intussen zijn er wel al bijna driehonderd bedden bijgekomen (212 in Vlaanderen, 86 in Brussel en Wallonië), door de omzetting van bestaande psychiatrische bedden. Die kunnen door extra omkadering voor geïnterneerden worden gereserveerd.

Het effect van die capaciteit is nog niet zichtbaar in de cijfers. Dat komt omdat die plaatsen nog niet lang open zijn. Bovendien is het aanbieden van ‘zorg op maat’ aan geïnterneerden (seksueel delinquenten, verstandelijk beperkten en verslaafden), en dat per gerechtelijk arrondissement, tijdsintensief. Het duurt dus wel even om de geïnterneerde met het juiste profiel aan de juiste plaats te koppelen, aldus De Block.

Vertrouwen winnen

Van de geïnterneerden die in Antwerpen verblijven, is nog niemand kunnen doorstromen, zegt Jeandarme. ‘We hebben dit jaar alleen intakes gedaan. Niemand van de bewoners zit al in een vervolgfase. Bewoners krijgen hier een gevuld dagprogramma van therapieën te verwerken, waarbij ze geleidelijk aan meer vrijheid krijgen. Daar gaat hoe dan ook tijd overheen. Het volstaat niet om zomaar modules af te werken. Ze moeten die bewust doormaken.’

Bovendien is niet iedereen van bij de start gemotiveerd. ‘In het begin wordt veel geklaagd, want in de gevangenis konden ze de hele dag op hun bed liggen, tv-kijken en jointjes roken. Hier moeten ze naar al hun therapieën.’

‘Extra plaatsen creëren was de eerste stap’, besluit minister De Block. ‘Nu komt het erop aan om de uitstroom zo te organiseren dat geïnterneerde patiënten zo snel mogelijk de juiste zorg ontvangen. De samenwerking in de sector is gegroeid. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we er komen.’

In december zal het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordelen of ons land voldoende stappen vooruit heeft gezet in de zorg voor geïnterneerden.