'Mijn moeder zei me dat mannen “verkeerd” en “ziek” zijn, en dat idee zit nu in mij'
Foto: Blommestein
Na #metoo staat de barometer bij mannen op ‘onzeker’ en wordt mannelijkheid gezien als ‘giftig’. Hoe kijken mannen naar hun verleden? Zijn ze achtergebleven? En is de toekomst genderfluiditeit? Ds Weekblad ging op zoek naar wat verkeerd loopt en vond een slagveld zonder winnaar.
Zes maanden lang verdiept Correspondent Peter Vantyghem zich in de man, zijn relaties en identiteit. Zaterdag ontmantelt hij het 'mannenprobleem': moeten mannen worden bijgeschoold? Hebben ze nood aan betere rolmodellen? Hieronder leest u alvast een voorproefje.

Op de trein naar Brussel klamp ik enkele mannen aan over hun man-zijn. Cristian (43), uit Porto Alegre (Brazilië), voelde zich voor het eerst man toen hij op vijfjarige leeftijd onder de douche met zijn penis speelde. Gary (26), uit Hongkong voelde zich pas man twee jaar geleden, toen hij na zijn studie ging werken, ‘verantwoordelijk’ werd en geld binnenbracht voor zijn werkloos geworden moeder. Hans (40), uit Purmerend, koppelt zijn man-zijn aan zijn eerste, ‘niet zo geweldige’, seksuele ervaring.

Maar geen van hen kan antwoorden op mijn vraag wat ‘mannelijkheid’ betekent. Thuisgekomen vraag ik het mijn oudste zoon (27). Fronsende blik: ‘Daar kan ik mij helemaal niets bij voorstellen’. Op zoek dus. Op de website The Art of Manliness worden zes types onderscheiden: de krijger (harde vechter, autoritair), de eenzame wolf (onafhankelijke rebel, emotieloos), de avonturier (vitale vrijdenker, vluchtig), de gentleman (goedgemanierde stadsmens, oppervlakkig), de familieman (hardwerkende vader, zelfgenoegzaam) en de staatsman (principiële idealist, trots). Het zijn symbolen, die we zo mogelijk allemaal kunnen gebruiken om onszelf te vervolmaken, lees ik. Tja.

Andere, betere indelingen vind ik niet, ook niet in de academische wereld. Meer dan honderd artikels in bladen en op websites heb ik doorgenomen, en daaruit systematisch de soorten mannelijkheid genoteerd. Mannelijkheid kan ‘echt’, ‘diep’, ‘gezond’, ‘geïntegreerd’, ‘pathologisch’, ‘hyper’, ‘toxisch’, ‘extreem’, ‘authentiek’, ‘uber’, ‘traditioneel’, ‘disfunctioneel’ en ‘corrupt’ zijn. Enzovoort. Het lijkt erop dat mannen als categorie gemakkelijk negatief gekarakteriseerd worden.

Joel Wong kreeg er in 2016 ruime aandacht voor. Met een onderzoek bij 19.000 mannen toonde de onderzoeker uit Washington aan dat ‘typisch mannelijke kenmerken’ een slechtere geestelijke gezondheid garanderen, evenals een duidelijke onwil om psychologische hulp te zoeken. Wong isoleerde elf kenmerken, zoals risico’s nemen en status zoeken. Vooral zelfredzaamheid, verleidingsgedrag en dominantie tegenover vrouwen zijn schadelijk, ontdekte hij. De moraal: seksisme is niet alleen voor vrouwen vervelend, maar ook gevaarlijk voor de spirit van de dader zelf.

Die man begint te verlangen naar wat positivisme. Naar waarderende woorden over de vele goeie, mooie, betrouwbare, grappige mannen die hij kent. En waarom niet, naar wat meer combattiviteit?

Mannen vechten niet, zegt Dave Pickering, een Londenaar die voor zijn show Mansplaining Masculinity 1.000 mannen ondervroeg. ‘Mannen lijden onder de conditionering van het patriarchaat. Het maakt hen wijs dat ze maar op één manier man kunnen zijn. Ben je dat niet, dan faal je. Mijn moeder zei me dat mannen “verkeerd” en “ziek” zijn, en dat idee zit nu in mij. We worden geconditioneerd om onszelf te haten. Zet vandaag tien vrouwen samen en ze praten over hun rechten. Zet tien mannen samen en ze kunnen enkel nadenken over hun gewonde gevoelens.’

Waarom het 'mannenprobleem' geen voorbijgaand of oppervlakkig issue is, leest u zaterdag in dS Weekblad en op standaard.be.

'Ik las een tekst voor over iemand die zijn vrouw geslagen had. Totále gereserveerdheid in de zaal. Maar nadien kwamen ze allemaal. 'Ik heb mijn vrouw ook eens geslagen''