Heldenstatus van Asperger-dokter wankelt: ‘Hij werkte voor naziregime’
Adolf Hitler met Josef Goebbels (1943) Foto: © World History Archive

Kinderarts Hans Asperger, die een pioniersrol heeft gespeeld bij het herkennen van autismespectrumstoornissen, werkte nauwer samen met het naziregime dan eerst werd gedacht.

De Oostenrijkse dokter Hans Asperger, wiens naam vooral bekend is van het syndroom van Asperger, is geen zuivere oorlogsheld die enkel kinderen redde die ten prooi dreigde te vallen aan het naziregime. Dat blijkt uit het onderzoek van Herwig Czech, die acht jaar lang de persoonlijke en officiële documenten van Asperger bestudeerde aan de Universiteit Geneeskunde van Wenen. ‘Asperger werkte zonder enige twijfel voor het naziregime’, klinkt het.

De vorser erkent dat er verhalen neergeschreven zijn over ‘reddingsoperaties’ van Asperger, maar stelt in zijn onderzoek, dat in Journal of Molecular Autism verscheen, dat slechts het om enkele cases gaat. Zo schreef Asperger tijdens de overheersing van Adolf Hitler dat een zwak begaafd tienermeisje best met haar ouders op het platteland kon gaan wonen, ‘en dat binnen afzienbare tijd’. Het gezin ontsnapte op een haar na aan de zuiveringen die enkele dagen later in de grote steden begonnen.

‘Niet levenswaardig’

Veel talrijker zijn de cases waarin Asperger een niet kleine rol speelde in het uitvoeren van de controle op ‘rashygiëne’ van de nazi’s. Toen hij in 1940 als medisch specialist werd ingeschakeld in Wenen om de mentale gezondheid van kinderen te evalueren, nam Asperger geen blad voor de mond. Hij sprak in officiële documenten onder meer over ‘onbruikbare’, ‘epileptisch-psychopatische’ en ‘onverbeterlijk achterlijke’ kinderen.

In die periode wist zelfs Jan met de pet in Oostenrijk wat er gebeurde met kinderen die zulke evaluaties kregen. Zij werden overgebracht naar ‘gezondheidsinstellingen’ waar ze mishandeld of gedood werden. Het label ‘niet levenswaardig’ circuleerde tijdens het naziregime veelvuldig in medische documenten. Kinderen met erfelijke aandoeningen werden gesteriliseerd zodat ‘de besmetting van de gehandicapten zich niet kon verspreiden’. Kinderen die zichtbaar aan autisme of een andere psychische aandoening leden, werden en masse geëuthanaseerd.

Naar schatting werden in het Spiegelgrund-ziekenhuis, waar de meeste kinderen met het label ‘niet levenswaardig’ waren ondergebracht, ongeveer 800 kinderen gedood tussen 1940 en 1945 tijdens het T4-euthanasie-programma. Uit persoonlijke documenten van Asperger blijkt dat ook hij afwist van deze praktijken.

Heldenstatus

Daarmee wankelt de heldenstatus die Asperger dikwijls wordt aangemeten. De kinderarts werd de afgelopen decennia steevast geloofd voor zijn onderzoek naar autismespectrumstoornissen en voor zijn ‘optimistische pediatrische inzichten’.

Hoewel de studie eindigt met de conclusie dat meer onderzoek nodig is om de precieze rol van Asperger te bepalen ( en werkte hij mee uit angst of uit overtuiging?), gaan intussen stemmen op om de aandoening syndroom van Asperger een andere naam te geven.