Natuurhulpcentrum: ‘15 herten zomaar afschieten, dat kan toch niet?’
Foto: erwin verstraeten, wetteren

Er woedt een heuse ‘bambiruzie’ in de Limburgse gemeente Houthalen-Helchteren. Vijftien damherten zijn er een tijd geleden losgebroken uit hun omheining en vormen een gevaar voor de verkeersveiligheid, vindt het Agentschap Natuur en Bos. Het vaardigde een schietvergunning uit om de vijftien dieren van kant te maken. Het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek is misnoegd met die beslissing en wil de dieren eerst proberen te vangen.

‘Het zijn tamme dieren en net omdat ze niet mensenschuw zijn, durven ze gewoon op de openbare weg te lopen. En zo kunnen ze plots voor een auto opduiken’, aldus Marie-Laure Vanwanseele van het Agentschap Natuur en Bos. ‘Daarom moeten ze zo snel mogelijk uit de vrije natuur. Ze horen er simpelweg niet thuis. Heel graag door ze te vangen, maar als dat niet lukt door op ze te jagen. Dat klinkt hard, omdat het zulke aaibare dieren zijn. Het is bijna alsof we de toestemming geven om “Bambi” zelf neer te schieten.’

Een brug te ver, reageert voorzitter Sil Janssen van het Natuurhulpcentrum aan Het Nieuwsblad. ‘Ik ben nog niet ter plaatse geweest, dat staat morgen op de agenda. Maar het kan toch niet dat die dieren zomaar afgeschoten worden, zonder minstens een poging te doen om ze eerst te vangen?’

Hoe vang je vijftien herten?

Vijftien damherten vangen: zelfs al gaat het om tamme exemplaren, het lijkt ons geen eenvoudige klus. ‘De dieren verplaatsen zich in groep, dus als ze zich in de buurt van een omheining bevinden, kunnen we zeker proberen om de kudde via een opening naar binnen te lokken. Natuurlijk, van zodra een misnoegde landbouwer of grondeigenaar ze met bommetjes begint op te jagen of er komen jagers ter plaatse, worden die dieren onrustig. Dan gaan ze zich verspreiden en wordt het vangen een pak lastiger.’

‘Het Agentschap Natuur en Bos vangt geen dieren,’ stelt Janssen scherp, ‘daar doen ze geen moeite voor. Als een boer een klacht indient omdat hij bijvoorbeeld stelt schade te hebben afkomstig van bepaalde dieren, vaardigen zij een schietvergunning uit en is voor hen de kous af. Terwijl afschieten echt een laatste noodoplossing zou moeten zijn, als alle andere mogelijkheden uitgeput zijn.’