Wat als u per ongeluk een Broodthaers vernielt?
De ‘mosselpot’ van Marcel Broodthaers, één van de publiekslievelingen van het Gentse SMAK. Foto: DHV

Bij een iets te enthousiast museumbezoek hebt u per ongeluk een meesterwerk vernield. Zit u nu voor de rest van uw leven in de (financiële) penarie?

Een meesterwerk van de wereldberoemde Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons is afgelopen weekend gesneuveld op de laatste dag van de expositie in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Een bezoeker kwam er te dichtbij en raakte per ongeluk de blauwe spiegelbal aan die aan het kunstwerk was vastgemaakt. De dunne glazen bol viel daarop in stukken.

Zoiets kan natuurlijk ook in België gebeuren. U zou bijvoorbeeld kunnen struikelen bij een bezoek aan het Gentse SMAK, en daarbij een vleugel afbreken van Panamarenko’s Deltavliegtuig P-1. Of u verliest bij een bezoek aan het Antwerpse Rubenshuis even de controle over uw selfie stick en prikt daarbij dwars door ’s mans zelfportret.

Geen paniek. Werken zoals bovenstaande zijn zogenaamd ‘openbaar kunstpatrimonium’, wat wil zeggen dat ze in het bezit zijn van een overheid, bijvoorbeeld van de Belgische Staat of de Vlaamse regering. En dat wil meteen zeggen dat zij de kosten op zich nemen om een bepaald kunstwerk te herstellen.

Bruikleen

Maar niet alle kunst is openbaar bezit. Soms geeft een privépersoon of -organisatie een werk of een collectie in bruikleen aan een museum. Het verbaast u allicht niet dat daar doorgaans een grondig uitgewerkt verzekeringscontract mee gepaard gaat.

Eeckman art & insurance is een van de bekendste makelaars voor het verzekeren van privékunst. Wanneer een verzekerd werk bij een tentoonstelling vernield wordt, is er allereerst geen franchise voor de eigenaar. De makelaar betaalt de restauratie en de waardevermindering (ook al herstel je een scheur in een schilderij, het zal nooit nog evenveel waard zijn als voordien). Gaat de eigenaar daar niet mee akkoord, dan kan hij er nog voor kiezen de in het verzekeringscontract afgesproken waarde te laten uitbetalen. De makelaar ‘koopt’ op die manier het werk, en zal het op zijn beurt opnieuw proberen doorverkopen, bijvoorbeeld bij een veiling.

Zolang er geen sprake is van kwaad opzet, zal de kunstverzekeraar de zaak regelen met de familiale verzekering van de ‘dader’. Die zal zijn premie wellicht wat zien stijgen, maar moet tenminste geen miljoenen euro’s uit eigen zak moeten betalen. Tenzij er natuurlijk kwaad opzet in het spel is. Dat is munitie voor een rechtszaak. Ook bij openbaar kunstpatrimonium, trouwens.