Bombardement op militaire basis in Syrië maakt 14 doden
Bombardementen op de Syrische stad Douma, afgelopen zaterdag. Foto: BELGAIMAGE

De luchtaanval op een militaire basis van het Syrische regime in Homs, in het centrum van het land, heeft maandag aan minstens veertien Syrische militairen en hun medestanders het leven gekost. Dat zegt het in Londen gevestigde Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten. De Verenigde Staten ontkennen elke betrokkenheid.

Volgens de ngo waren er zowel Syriërs, Aziaten als Arabieren onder de doden en ging het telkens om militairen die strijd leveren aan de zijde van president Bashar al-Assad van Syrië. Eerder had het Syrische staatspersagentschap Sana al gewag gemaakt van ‘martelaren en gewonden’.

Volgens Rami Abdel Rahman, het hoofd van het Observatorium, waren er ‘minstens drie Syrische legerofficieren en ook Iraniërs’ onder de doden. Hij kon niet zeggen of de Iraniërs leden waren van de Iraanse Revolutionaire Garde.

VS ontkennen betrokkenheid

Het is nog niet duidelijk wie achter het bombardement op basis T-4 van de Syrische luchtmacht zit. De Verenigde Staten ontkennen elke betrokkenheid, Israël weigert alle commentaar, ook al zou het in februari dezelfde basis aangevallen hebben én wordt het er door Rusland en Syrië van beschuldigd de actie te hebben uitgevoerd.

Zondag heeft de Amerikaanse president Donald Trump het Syrische regime nog gewaarschuwd dat het ‘een grote prijs zou betalen’ na berichten over een vermoedelijke chemische aanval in Douma, in Oost-Ghouta, waarbij ruim 150 mensen zouden zijn gedood.

Trump belde zondag al met de Franse president Emmanuel Macron over de veronderstelde gifgasaanval. De informatie waar hun beider inlichtingendiensten over beschikken, laten er volgens hen geen twijfel over bestaan dat er in Oost-Ghouta chemische wapens ingezet zijn. Volgens Macron moet duidelijk onderzocht worden wie daarvoor verantwoordelijk is.

Spoedzitting

De woordvoerder van het Franse leger zei maandag dat het ook niet de Fransen zijn die de Syrische basis hebben bestookt.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian vroeg zondagavond om een spoedzitting van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Oost-Ghouta, maar vooralsnog staat er geen nieuwe vergadering gepland.