Maart 2018, de doodnormale recordmaand
Foto: EPA-EFE

Klimatologisch gezien was maart 2018 een doodnormale maand. Maar sinds het begin van de waarnemingen viel wel nog nooit een winterse dag zo laat.

Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) heeft woensdag zijn klimatologisch overzicht van maart 2018 gelost. Op het eerste gezicht staan daar geen abnormale waarnemingen in. Er viel een gemiddelde hoeveelheid neerslag, het aantal onweers- en sneeuwdagen was normaal, de zon scheen zoals van haar verwacht werd en de wind blies niet uitzonderlijk hard of zacht.

De gemiddelde temperatuur voor de hele maand bedroeg 5,4 graden Celsius, het gemiddelde maximum lag op 8,9 graden en de gemiddelde minimumtemperatuur bedroeg 1,9 graad. Dat is allemaal een beetje minder dan gewoonlijk, maar op zich zijn het nog steeds normale temperaturen voor maart.

De laagste gemiddelde dagtemperatuur (-8,4 graden) werd al gemeten de eerste dag van de maand. ‘Een uitzonderlijk lage waarde, doch geen record’, luidt het. Negen dagen gingen de gemiddelde minimumtemperaturen onder het vriespunt, en drie keer kwamen de gemiddelde maxima er niet eens boven -zogenaamde ‘winterse dagen’. ‘Uitzonderlijk hoog en een evenaring van het record van 2005’, luidt het.

Die koude 18 maart

Op 18 maart werd in Ukkel een maximumtemperatuur van slechts -0,1 graad gemeten. Ook dat is een record. Sinds de waarnemingen begonnen in 1901, viel een winterse dag nog nooit zo laat op het jaar.

De hoogste temperatuur voor ons land werd op 11 maart gemeten. In Koersel (Beringen) liep de temperatuur toen op tot 17,6 graden. De laagste temperatuur werd op 1 maart in Elsenborn (Bütgenbach) gemeten en bedroeg -16,2 graden.

Tot slot stelde het KMI ook nog uitzonderlijk lage luchtdruk op zeeniveau vast. ‘Slechts 1003,1 hPa [...] meteen goed voor een nieuw record voor de huidige referentieperiode.’