Wouter Deprez en zijn paasei-debacle
Wouter Deprez Foto: Fred Debrock

Paaseieren verstoppen loopt elk jaar fout. Te ingewikkelde organisatie. Op tijd paaseieren kopen. Ze in huis verbergen. Proberen te vergeten waar ik ze verstop, anders fret ik ze zelf allemaal op. Ze in de nacht voor paaszondag in paniek terugzoeken. Op paaszondag veel te vroeg opstaan om ze te verbergen in de tuin. De schuilplaatsen moeten juist zijn, niet te moeilijk, niet te makkelijk. Tijdens het verbergen doorkrijgen dat ik niet weet hoeveel eieren er zijn. En dat ik beter een plan had gemaakt, met kruisjes waar ik eieren verstopt heb.

Zo vond ik dit jaar in een struik, bij het verbergen van het laatste ei, een ei terug van verleden jaar.

In een reflex haalde ik het uit de verpakking en stak het in mijn mond. Dadelijk proefde ik dat het in dat jaar waarschijnlijk vijftig keer gesmolten was en weer opgesteven. Ik spuwde het half gekauwde ei in mijn hand. Op dat moment stormden de kinderen buiten, wild zwaaiend met hun nog lege mandjes. De jongste, nog helemaal overtuigd van de paashaas, rende op me af. In paniek gooide ik het half opgeknabbelde ei terug de struik in. Hij zag het, brulde dat er chocolade aan mijn mond hing. Verontwaardigd riep hij naar zijn broer dat hun vader hun paaseieren aan het roven is. Ook de oudste werd woest. Ondertussen kwam ook mijn vrouw kwaad naar buiten, eisend dat ik voor één keer mijn vraatzucht zou beteugelen. Het was toen dat ik wenste dat ik me drie dagen kon verbergen, om pas dan weer te verrijzen.

Wouter Deprez en Guinevere Claeys bieden dagelijks en beurtelings een kolom bijgedachten, over, naast, tussen of net weg van het nieuws. Lees al hun columns hier