2,76 miljoen Belgen niet aan de slag
themabeeld. Foto: ig
‘Het hoge aantal inactieven in België is zorgwekkend’, zegt KBC-econoom Johan Van Gompel.

Hoewel het aantal uitkeringsgerechtigde werklozen in ons land voor het eerst in 40 jaar zakte onder de 500.000, ligt het aantal landgenoten ‘op ­arbeidsleeftijd’ dat niet aan de slag is een pak hoger. En dat niettegenstaande een recordaantal vacatures.

Met 2,7 miljoen zijn ze, de Belgen op arbeidsleeftijd die niet aan de slag zijn op onze arbeidsmarkt. ‘Arbeidsleeftijd’ betekent in dit geval 15 tot 64 jaar, internationaal de meest gehanteerde norm. ‘Dat cijfer is nog een onderschatting van de werkelijke inactiviteit, aangezien het geen rekening houdt met deeltijds werkenden of ziekteverzuim’, zegt Van Gompel.

Jobs genoeg

Die 2,7 miljoen ‘inactieven’ maken 37 procent uit van alle Belgen op arbeidsleeftijd. Dat brengt de ‘werkzaamheidsgraad’ in ons land op 63 procent. Nederland en Duitsland schommelen rond de 75 procent – drie op de vier is daar aan de slag. Zelfs Frankrijk doet beter dan België, met 65 procent.

‘Hoewel de jobmotor op volle toeren draait, blijft het aandeel werkenden bij de bevolking op beroepsactieve leeftijd in België zorgwekkend laag’, zegt Johan Van Gompel. ‘De verklaring ligt niet zozeer bij het aantal werklozen, dat de voorbije jaren behoorlijk afnam dankzij de aantrekkende economie. Achter de schermen schuilt een grotere groep inactieven die, al dan niet tijdelijk, geen werk zoeken of dat niet meer moeten doen.’

Het gaat dan onder anderen om oudere werklozen die vrijgesteld zijn om werk te zoeken,bruggepensioneerden, mensen met loopbaanonderbreking, tijdskrediet of ouderschapsverlof. ‘Uiteraard is een deel van de inactiviteit buiten de officiële werkloosheid onvermijdelijk — zoals bij gehandicapten — of zelfs nuttig, neem de mantelzorg. Dat belet niet dat een ander deel wel nog op de arbeidsmarkt actief zou kunnen zijn.’

Gezondheidsredenen

Om al de inactieven weer aan boord te krijgen, volstaat het niet om in te zetten op de activering van werklozen. Ook de andere categorieën moeten worden aangepord. ‘Toegegeven, er zijn mensen die om gezondheids-, familiale of andere redenen nooit de arbeidsmarkt zullen of kunnen betreden. We moeten daar begrip voor opbrengen’, zegt Van Gompel. ‘Maar er zijn er anderen voor wie dergelijke belemmeringen niet of minder spelen. Die mensen hebben we hard nodig om de structurele krapte op onze arbeidsmarkt aan te pakken.’