Ouders krijgen kans op verweer als school kind met beperking weigert
Foto: belga
Bij onenigheid over de inschrijving van een kind met een handicap, moeten ouders en scholen in de eerste plaats meer met elkaar in dialoog gaan, zegt minister Crevits.

Het Europees comité voor Sociale Rechten stelt dat Vlaanderen meer werk moet maken van inclusief onderwijs voor kinderen met een handicap (DS 30 maart). Bij onenigheid tussen ouders en school, moeten ouders een betere beroepsmogelijkheid krijgen dan nu het geval is, zegt het comité. Het oordeel kwam er na een klacht die onder meer werd ingediend door de mensenrechtenorganisatie GRIP.

In de krant van vrijdag vertelden de ouders van Merel Coen (8) uit Ruiselede hoe hun dochter werd uitgesloten in de ene school, vanwege haar downsyndroom. Elders was ze wél welkom in het eerste leerjaar. De ouders klaagden aan dat er amper verweer mogelijk is bij uitsluiting.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) is bereid zo’n beroepsprocedure te installeren: ‘Als men dat nodig vindt, zal ik daar met de betrokkenen over in gesprek gaan, ook met de mensen van GRIP.’

Maar ze hoopt ook dat ouders en scholen in de eerste plaats meer met elkaar in dialoog willen gaan bij geschillen: ‘Goed overleg, tussen ouders, leerling, school en CLB is de beste manier om procedures te vermijden.’

In een gesprek met De ochtend op Radio 1 zei ze daarover: ‘Vorig jaar liepen  ocharme negen verzoeken tot bemiddeling bij de bemiddelingscommissie binnen. Als mensen niet tevreden zijn, wil ik echt dat ze zich in de eerste plaats daartoe wenden.’
Over het oordeel ten gronde – dat Vlaanderen te weinig werk maakt van inclusief onderwijs voor kinderen met een verstandelijke handicap – zegt Crevits dat de Vlaamse Gemeenschap expliciet gekozen heeft voor het behoud van het buitengewoon onderwijs.

Gedragsproblemen

‘We hebben in 2014 het M-decreet ingevoerd en onlangs hebben we meer investeringen vastgelegd: per jaar gaat het om 15 miljoen euro extra voor leerlingen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Dankzij dat geld krijgen vandaag meer kinderen met specifieke leerbehoeften extra ondersteuning in het gewoon onderwijs. Werken aan meer inclusief onderwijs blijft dus ons doel.’

‘We kiezen voor een geleidelijke aanpak. Met het M-decreet zullen gewone scholen langzaamaan inclusiever worden. Maar we willen ook de expertise bewaren van het sterke buitengewoon onderwijs dat we in Vlaanderen hebben. Die willen we niet kwijt! Het ultieme doel blijft in elk geval om voor elke leerling de best mogelijke plaats te vinden. Ik neem hierbij graag de verdediging op van de 3.500 scholen in Vlaanderen – buitengewoon of niet – die daar dagelijks hun best voor doen.’

Sinds de invoering van het M-decreet zijn zo’n 4.000 leerlingen doorgestroomd van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs. Het buitengewoon onderwijs telt nog altijd bijna 47.000 leerlingen.