‘Belgisch cannabisbeleid faalt’
Foto: Belga
Meer geweld, meer gezondheidsproblemen: volgens vijftien wetenschappers heeft het drugsbeleid almaar meer kwalijke gevolgen voor de samenleving.

De voorbije maanden hebben vijftien onderzoekers van de KU Leuven en UGent het Belgische cannabisbeleid onder de loep genomen. In hun rapport concluderen ze dat het drugsbeleid weliswaar op eerbare motieven is gestoeld, maar dat het er niet in is geslaagd zijn belangrijkste doelen te verwezenlijken. 

‘Het aantal afhankelijke gebruikers neemt toe, net als de negatieve gevolgen voor de samenleving’, zegt Letizia Paoli, professor criminologie en coördinator van de werkgroep Cannabisbeleid (onderdeel van de KUL-denktank Metaforum). 

De algemene consumptie van cannabis lijkt in België, net als in de rest van Europa, nochtans te stabiliseren. Het zijn de cijfers met betrekking tot cannabisgerelateerde gezondheidsproblemen die de wetenschappers zorgen baren. ‘Zo verdubbelde tussen 2000 en 2010 het aantal opnames in de psychiatrie voor cannabismisbruik’, stelt het rapport, dat vandaag wordt voorgesteld maar dat De Standaard al kon inkijken.

Volgens de onderzoekers is ook de illegale economie fors toegenomen. ‘Cannabis komt almaar minder vaak uit Marokko, maar wordt vandaag in België geteeld’, zegt Paoli. ‘Gevolg: meer geweld en overlast, maar ook meer schade aan gebouwen.’
De wetenschappers die zich bogen over het cannabisbeleid zijn actief in uiteenlopende disciplines, zoals criminologie, politieke wetenschappen en geneeskunde. Ook Patrik Vankrunkelsven, voormalig politicus voor Open VLD en docent huisartsgeneeskunde, zit in de werkgroep, net als Hendrik Peuskens, psychiater en lid van de raad van bestuur van VAD, het expertisecentrum rond alcohol en andere drugs.

Vier verdedigbare alternatieven
Samen zijn ze ervan overtuigd dat het Belgische cannabisbeleid heeft gefaald. ‘De repressieve aanpak heeft alleen geleid tot geografische verschuivingen en de opkomst van criminele ondernemers die op bijna professionele wijze cannabis aanbieden’, zegt professor Paoli. ‘Bovendien is er geen controle mogelijk op de kwaliteit en de sterkte, met alle gevolgen van dien voor de volksgezondheid.’ 

De groep hield ook alternatieve opties tegen het licht. Een volledig vrije markt is niet wenselijk, zegt het rapport. Maar een totaalverbod, wat zou overeenkomen met het huidige beleid, is dat evenmin. ‘Beide opties gaan samen met onaanvaardbaar hoge gezondheidskosten. Of de markt nu legaal of illegaal is, ze wordt uitsluitend beheerst door winstbejag.’

Volgens de wetenschappers zijn er vier verdedigbare modellen. Thuisteelt of cannabis social clubs (waarvan gebruikers lid kunnen worden, zodat ze het recht krijgen om onder voorwaarden cannabis te kweken en te verdelen) zouden vrij eenvoudig kunnen worden ingevoerd zonder dat andere EU-lidstaten negatieve gevolgen ondervinden.

‘Andere mogelijkheden zijn een systeem waarbij de staat een monopolie heeft of licenties uitreikt aan organisaties die cannabis bevoorraden’, zegt professor Paoli. ‘Deze modellen zouden een nog sterkere inperking van de illegale markt mogelijk maken, maar zijn niet verenigbaar met de huidige VN-verdragen en EU-wetgeving.’ 

Wanneer grondige evaluaties positief zijn en als zich rond de legale cannabismarkt nieuwe sociale normen en sociale controlemechanismen hebben ontwikkeld, kan volgens de wetenschappers in een latere fase eventueel overgestapt worden naar een minder restrictief model.

Toch waarschuwt Paoli dat zo’n wettelijke regulering geen wondermiddel is. ‘Criminele organisaties zullen nooit helemaal verdwijnen en er zullen altijd problematische gebruikers blijven bestaan. Maar een wettelijke regulering is pragmatischer en efficiënter. Op dit moment slorpt een inefficiënt cannabisbeleid veel te veel middelen op die beter ingezet kunnen worden.’