‘In plan van Homans staat gênant weinig’
Homans past voor praktijktesten. ‘Er is op de huurmarkt een dunne lijn tussen onwettige discriminatie en geoorloofde selectie.’ Foto: Jimmy Kets
De nieuwe plannen van minister Homans om discriminatie op de verhuurmarkt aan te pakken, vallen volgens experts te licht uit. ‘Voer praktijktesten in.’

Geen praktijktesten, wel extra inzetten op brochures, sensibilisering en zelfregulering. Dat zijn de pijlers van het nieuwe antidiscriminatiebeleid op de private huurmarkt van Liesbeth Homans (N-VA), als Vlaams minister bevoegd voor Wonen. De Standaard kon een ontwerp van haar langverwachte actieplan inkijken.

Het plan, dat zo goed als gefinaliseerd is, is het resultaat van een discussie die al meerdere jaren loopt tussen het Vlaams Parlement, betrokken organisaties en experts. Het moet een nijpend probleem verhelpen: hoe pak je discriminatie en racisme jegens potentiële huurders aan?

Homans zelf wil tegen 2050 het probleem volledig de wereld uithelpen. Tegen dan ‘heeft iedereen toegang tot een woning’, maakt ze zich sterk in het document. Dus ook mensen met een andere herkomst, alleenstaanden met kinderen en huurders die bij het OCMW moeten aankloppen voor een huurwaarborg. Dat zijn de drie groepen die het vaakst afwijzingen moeten slikken en daardoor vaak inboeten op woonkwaliteit.

Flagrante racisten

In de sector kan het actieplan op weinig enthousiasme rekenen. Het wordt zelfs te licht bevonden. ‘Er staat niets in. Het is gewoon gênant weinig,’ zegt Joy Verstichele, coördinator Vlaams Huurdersplatform. ‘Dit zal geen zoden aan de dijk brengen, helaas.’  

De belangrijkste reden daarvoor is volgens Verstichele dat er ‘een repressief luik’ achterblijft, waarbij praktijktesten hun nut kunnen bewijzen. ‘Verhuurders die om racistische redenen niet willen verhuren aan een persoon met een andere origine zullen niet plots van mening veranderen door de zoveelste brochure te lezen die zegt wat wettelijk mag en niet mag. Praktijktesten met sancties eraan verbonden kunnen wél  een verschil maken.’

Het antidiscriminatieplan gaat eerder voor wat het ‘een compliance gerichte reguleringsstijl’ noemt, zoals informatie geven en sensibiliseren. Dat verkiest het boven de ‘deterrence-stijl’, waarbij vooral wordt ingezet op naleving afdwingen en overtredingen bestraffen.

Homans liet in het verleden al meermaals verstaan dat praktijktesten of mysterycalls niet haar voorkeur wegdragen. Deels om ideologische redenen, deels uit angst om heksenjachten te organiseren. 

Diederik Vermeir en Jana Verstraeten, respectievelijk verbonden aan de UAntwerpen en de KU Leuven, gaan  niet akkoord met dat argument. ‘Een praktijktest hoeft niet altijd negatief uit te draaien. Hij kan ook een dialoog opstarten met de verhuurder, die niet altijd moedwillig discrimineert. Voor recidivisten en bij flagrante discriminatie kan een dwingende aanpak wel helpen.’

Geoorloofde selectie

Want discriminatie en racisme zijn niet altijd makkelijk vast te stellen, zeggen Vermeir en Verstraeten, en naar het gerecht stappen schrikt veel mensen af vanwege de kosten en de onzekere uitkomst. 

Homans blijft in een reactie bij haar standpunt. ‘Er is op de huurmarkt een dunne lijn tussen onwettige discriminatie en geoorloofde selectie. Ik ga niet mee in het verhaaltje dat elke verhuurder discrimineert. Discriminatie bestaat en is verwerpelijk, net daarom wil ik aan zelfregulering doen. Discriminatie is een strafbaar feit en moet via de geijkte kanalen behandeld worden. Met praktijktesten los je niets op. Wel demotiveren ze verhuurders, van wie het overgrote deel het goed meent.’