Afrika roept de EU op om de handel in ivoor te verbieden
Olifanten worden vaak gedood voor hun ivoor Foto: AP

De presidenten van Botswana, Oeganda en vertegenwoordigers van 30 andere Afrikaanse landen hebben de Europese Unie opgeroepen de handel in ivoor te verbieden.

De afschaffing van legale verkoop van ivoor moet de stroperij van olifanten afremmen. Jaarlijks worden duizenden olifanten voor hun slagtanden gedood. President Ian Khama en vertegenwoordigers van andere Afrikaanse landen onderschreven vrijdag in Kasane in Botswana een pleidooi voor de afschaffing van de lobbygroep Avaaz. Khama riep de Amerikaanse regering ook op om terug te komen op haar beslissing die de import van jachttrofeeën uit verschillende Afrikaans landen weer toelaat.

Achterpoortjes

De EU is de grootste exporteur van legaal ivoor. Natuurbeschermers argumenteren dat elke legale handel achterpoortjes opent, waarvan stropers gebruikmaken om ivoor verkopen. China en Hongkong hebben onlangs onder internationale druk de handel in ivoor verboden. ‘De rest van de wereld keert zich af van de ivoorhandel, waarom Europa dan niet?’, vroeg de campagnedirecteur van Avaaz, Bert Wander. Er is voor de EU geen excuus meer, verklaarde hij op de topbijeenkomst van de Giants Club, een forum voor de bescherming van de olifant.

Wereldwijd leven de meeste olifanten in Afrika - en in geen enkel ander land zijn er meer dan in Botswana. In veel landen, zoals in Tazania, heeft de wildstroperij tot een drastische terugloop van de olifantenpopulatie geleid.

De EU heeft lange tijd de handel in slagtanden en ivoren producten die voor 1 maart 1947 waren verworven, toegelaten. Maar de bepaling van de leeftijd van slagtanden is complex, wat bedrog eenvoudiger maakt. Door de sinds 2012 groeiende export naar Azië heeft de EU daarom vorig jaar de export van volledige slagtanden verboden. De bestaande uitzonderingen kunnen ‘de globale vraag naar ivoor aangewakkerd hebben of als dekmantel voor illegale ivoorhandel gediend hebben’, verklaarde de EU-commissie in oktober.