Controverse rond N-VA-voorstel over taaltesten voor buitenlandse artsen
Foto: wdk

Een voorstel van de N-VA om taaltesten in te voeren voor buitenlandse artsen uit de Europese Unie veroorzaakt controverse aan de andere kant van de taalgrens.

Vijf N-VA-Kamerleden, onder wie Van Camp, dienden het wetsvoorstel na het zomerreces in. Als het van hen afhangt, moeten alle buitenlandse zorgverleners in de toekomst een taaltest afleggen om te bewijzen dat ze de taal machtig zijn van de regio waarin ze zich vestigen. Het Nederlands voor Vlaanderen, het Frans voor Wallonië.

Voor artsen van buiten de EU is dat nu al het geval, maar de N-VA wil de test uitbreiden naar alle zorgverstrekkers uit EU-landen, want het grootste deel van de buitenlandse dokters in ons land komt uit een andere Europese lidstaat.

CDH-fractieleidster Catherine Fonck noemt het N-VA-voorstel in Le Soir en Sudpresse een ‘sluwe manier’ om Brusselse artsen te verplichten tweetalig te zijn. Volgens de kranten zouden de artsen, tandartsen, kinesisten, apothekers, verplegers en vroedvrouwen in het Brussels Gewest of in de faciliteitengemeenten hun job alleen nog kunnen doen als ze slagen voor een taaltest.

Van Camp spreekt dat tegen. ‘Brussel is tweetalig, het is voldoende om één van de twee landstalen te kennen. Het zou goed zijn als ze beide kennen, maar de grondwet laat niet toe dat te verplichten’, zegt ze. Het N-VA-Kamerlid benadrukt ook dat het niet mogelijk is om artsen met de Belgische nationaliteit - bijvoorbeeld Franstaligen die zich in Brussel vestigen - te onderwerpen aan een taaltest om te bewijzen dat ze het Nederlands machtig zijn.

Het voorstel in kwestie is momenteel in bespreking in de Kamercommissie Volksgezondheid.