Vrijspraak voor jonge vrouw die werd verdacht van moord op broertje
Foto: Olivier Matthys
Het Brusselse hof van assisen heeft Bouchra F., de twintigjarige vrouw die beschuldigd werd van de moord op haar broertje, donderdagavond vrijgesproken. De vrijspraak komt niet onverwacht: het openbaar ministerie had die ook al gevraagd.

Volgens de volksjury, die na een beraadslaging van enkele uren zei dat ze de beklaagde onschuldig acht, is er redelijke twijfel over de schuld van Bouchra F. 'De dood van het slachtoffer kan niet met zekerheid gelinkt worden aan de interventie van een derde', oordeelde het hof daarop.

Tijdens de rechtszitting van afgelopen woensdag werd al duidelijk dat het openbaar ministerie niet langer overtuigd was van de schuld van Bouchra F. Uit de getuigenissen van verschillende wetsdokters bleek veel onenigheid te bestaan over de doodsoorzaak van haar broertje. 

Zo heeft een van de experts gezegd dat de striem rond de nek van het jongetje pas post mortem, dus na diens dood, werd veroorzaakt. En net die striemen waren voor de speurders het ultieme bewijs dat Bouchra haar broertje gewurgd zou hebben.

Bewegingloos

Het vierjarige jongetje overleed op 1 juli 2015 in de ouderlijke woning in Sint-Agatha-Berchem. Die dag had Bouchra F. omstreeks 16 uur een buurvrouw opgeroepen, omdat haar broertje bewegingloos in een zetel lag. Hun ouders waren afwezig en het toen zeventienjarige meisje moest op haar broertje letten. De hulpdiensten werden gewaarschuwd en probeerden het kind te reanimeren. Alle pogingen waren tevergeefs, een uur later werd het overlijden vastgesteld.

Na zes maanden werd de natuurlijke dood plots een moord en belandde Bouchra F. achter de tralies. Volgens het onderzoek viel Bouchra haar broertje aan, omdat die een afspraak met haar vriendje verhinderde.

Altijd ontkend

Daaraan bleek het openbaar ministerie gisteren nu toch te twijfelen. Bouchra zelf heeft altijd ontkend dat ze haar broertje zou hebben gedood. Ook de ouders en de intussen ex-vriend van de jonge vrouw noemen de beschuldigingen tegenover Bouchra ‘belachelijk’.