Eén gezin op vijf kan verwarming nauwelijks betalen
Foto: BELGA
21 procent van de gezinnen in België spendeert een te hoog aandeel van zijn inkomen aan energiekosten of verbruikt opvallend weinig energie in een poging een zware energie­factuur te vermijden.

In de jaarlijkse ­Barometer Energiearmoede, uitgegeven door de Koning Boudewijnstichting, analyseren onderzoekers van de Universiteit Antwerpen en de ULB de energie­data van 6.000 gezinnen.

Volgens Bart Delbeke (UA) geeft 14,5 procent van de Belgen dubbel zoveel aan energie uit als een doorsneegezin. Concreet: zij besteden minstens 11,8 procent van hun beschikbare inkomen aan energiekosten, terwijl dat bij een doorsneegezin maximaal 5,9 procent van het inkomen is. In euro’s uitgedrukt ligt hun energiefactuur elke maand 48 euro hoger dan ‘normaal’. Dat is een meeruitgave van 576 euro per jaar.

De omvang van die groep blijft al enkele jaren heel stabiel, zegt Delbeke. ‘Het lijkt positief nieuws. Maar tussen 2009 en 2016 was er wel een behoorlijke daling, met 12 procent, van de energieprijzen. En de weers­omstandigheden waren ook gunstig. Je zou dus een daling van de energiearmoede verwachten. Maar dat gunstige prijseffect is ongedaan gemaakt door een afname van het beschikbare gezinsinkomen.’

Het rapport becijfert de mediaan aan beschikbaar inkomen in België in 2016 op 30.785 euro, tegen 31.053 euro in 2014. Die daling heeft alles te maken met de fel gestegen woonkosten (huur of hypothecaire afbetaling): in 2016 ging het om gemiddeld 425 euro per maand, liefst 12 procent meer dan in 2014.

Een laag gezinsinkomen kan tot energiearmoede leiden, maar dat is niet altijd het geval, waarschuwt Delbeke. ‘Er zijn gezinnen met een laag inkomen die toch in een goed verwarmde en geïsoleerde woning leven. Omgekeerd kan een gezin met een behoorlijk inkomen in een slecht geïsoleerde woning leven, waar ze zich arm stoken. Die groep is niet klein: zowat 40 procent van de gezinnen in energiearmoede valt niet onder het klassieke armoederisico.’

Verborgen armoede

Er bestaat ook zoiets als ‘verborgen’ energiearmoede. Zo’n 3,8 procent van de gezinnen bespaart zo veel op hun energieverbruik (tot 77 euro minder per maand dan ‘normaal’) dat hun energiekosten tot de helft lager liggen. Anders gezegd: ze durven nauwelijks te verwarmen en dat gaat ten koste van hun leefcomfort. Daarbij aansluitend vreest 4,9 procent van de gezinnen hun woning niet behoorlijk te kunnen verwarmen. Dat heet subjectieve energiearmoede.

Twee gezinstypes zijn oververtegenwoordigd in de energiearmoede, zegt Caroline George, projectleider bij de Koning Boudewijnstichting: (oudere) alleenstaanden en eenoudergezinnen. ‘Die huishoudens beschikken slechts over één inkomen, vaak een uitkering. Het verschil met tweeverdieners is enorm. Bij koppels leeft maar 4,7 procent in energiearmoede, bij alleenstaanden is dat 28 procent, bij eenoudergezinnen 18,6 procent.’

George wijst erop dat veel betrokkenen moeite hebben hun situatie te verbeteren. ‘Ze missen het kapitaal om ingrijpende investeringen te doen, zoals betere isolatie. Of ze weten niet hoe ze kunnen overstappen van hun oude, dure energiecontract naar een goedkopere leverancier. Die procedure is hen te complex. Ze weten vaak niet eens dat ze recht hebben op een goedkoop sociaal tarief.’