Rechter erkent gevolgen kanker als handicap
Themabeeld Foto: belga
Maaike H. wilde twee jaar na haar behandeling opnieuw halftijds gaan werken. Nee, zei haar werkgever. De rechter fluit de werkgever terug. Een primeur.

Lymfeklierkanker. De diagnose kwam bij Maaike H. in november 2012 hard aan. ‘Een half jaar chemo en anderhalf jaar intensieve revalidatie volgden’, vertelt ze. Tot ze zich in augustus 2014 sterk genoeg voelde om opnieuw te gaan werken. ‘Ik ben toen naar mijn werkgever gegaan en ik heb gevraagd om opnieuw halftijds te mogen beginnen, via een progressieve tewerkstelling.’ 

H. werkte als winkelbediende voor ze ziek werd. Haar werkgever is een bedrijf met meer dan tien vestigingen.  ‘De verantwoordelijke van de winkel ging akkoord met mijn terugkeer.’ H. gaf de nodige papieren af, en wachtte op antwoord. Dat kwam bijna twee weken later. In de vorm van een C4. ‘Er was geen geschikt werk voor mij. Mijn vervangster mocht blijven.’ 

Met de hulp van de christelijke vakbond ACV trok H. naar de rechtbank. Unia, het gelijkekansencentrum, sloot zich vrijwillig  aan. ‘Het voelde geweldig toen ik gelijk kreeg. Ik ben naar de rechter gestapt omdat ik me onrechtvaardig behandeld voelde. Ik wou eindelijk terug naar mijn gewone leven en dan volgde nog een dreun. Ik wil niet dat iemand anders hetzelfde meemaakt.’

Handicap

Volgens het arrest van het Arbeidshof heeft Maaike H. een handicap als gevolg van haar ziekte en behandeling. Het hof baseert zich op eerdere rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, dat een handicap ruim interpreteert. ‘Het is de eerste keer dat een Belgische rechter de blijvende gevolgen van kanker ziet als een handicap’, zegt Els Keytsman, directrice van Unia. Dat is belangrijk, want mensen met een handicap worden beschermd onder de antidiscriminatiewetgeving. Werkgevers moeten ­‘redelijke aanpassingen’ doen om mensen met een handicap aan het werk te laten. 

‘Dat is goed voor werkgever én werknemer’, zegt  Keytsman. ‘Als mensen na hun therapie weer aan de slag kunnen, omdat hun werkgever flexibel is, zullen die werknemers ook loyaal zijn.’

Ook voor het ACV is het arrest een belangrijk gegeven. En wel omdat het hof heeft geoordeeld dat de werkgever na een lange ziekte van een werknemer redelijke aanpassingen moet doen. Dat betekent volgens het arrest onder meer: de arbeidstijd en arbeidsvoorwaarden aanpassen, opleiding voorzien, taakverdeling bijstellen ... Het ACV ziet er ook een belangrijk argument in om de discussie over de wet op de re-integratietrajecten van 2016 opnieuw aan te zwengelen. 

Re-integratie

‘Drie op de vier werknemers die in een re-integratieprocedure stappen, krijgen hun ontslag’, zegt ACV-expert Herman Fonck. Dat blijkt uit data die het ACV zelf opvroeg bij externe preventiediensten. ‘Meestal omdat de bedrijfsarts beslist dat de werknemer definitief ongeschikt is voor een  functie bij de werkgever. Maar ook als de arts beslist dat aangepast werk wél mogelijk is, blijkt dat veel werknemers (86 procent) enkele maanden later tóch ontslagen worden.’ 

Die cijfers bevestigen de initiële vrees van de vakbond dat re-integratie in de praktijk vaak op ontslag zou neerkomen. ‘Dit is een belangrijk signaal aan duizenden zieken en hun werkgevers: een zieke werknemer heeft recht op redelijke inspanningen van de werkgever om opnieuw aan het werk te kunnen.’ Als dat niet gebeurt, hangt de werkgever een boete boven het hoofd. Maaike H. kreeg een schadevergoeding van 12.500 euro.

Wat betekent dit arrest nu? ‘Het zet een nieuwe stap in de rechtsontwikkeling die al bezig was’, zegt professor arbeidsrecht Frank Hendrickx (KU Leuven). ‘Je kunt verwachten dat andere hoven met dit arrest rekening zullen houden. Ook een werkgever zal er dus niet naast kunnen, en zal moeten  nagaan of er redelijke aanpassingen mogelijk zijn om iemand in dienst te houden na een lange ziekte.’