Syrische regeringstroepen hebben de grootste stad omsingeld in de belegerde rebellen-enclave Oost-Ghouta. Dat zegt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR), dat zich baseert op informanten ter plaatse.

Het regeringsleger zou er volgens SOHR zaterdag in geslaagd zijn om Doema te isoleren van de rest van Oost-Ghouta, door de controle over te nemen van de weg tussen Harasta en Misraba. Dat maakt een onderdeel uit van de strategie van de troepen: door het gebied op te delen en enclave per enclave te isoleren, hopen ze de bevoorrading van de rebellen af te snijden. Als het leger Doema inderdaad heeft geïsoleerd, dan is het gebied nu de facto in drie gedeeld.

Er wordt al enkele weken hevig slag geleverd om Oost-Ghouta. De regio nabij de hoofdstad Damascus is een van de laatste gebieden in Syrië die nog onder controle staan van rebellen. Ze ligt zo dicht tegen Damascus, dat rebellen mortieren kunnen afvuren tot in het centrum van de hoofdstad.

De regio ondergaat al enkele weken het zwaarste offensief van de regering sinds het begin van de burgeroorlog zeven jaar terug. Zo’n 400.000 mensen zitten er vast. Volgens Artsen Zonder Grenzen zouden er de laatste weken ondertussen al 1000 slachtoffers gevallen zijn, waaronder 215 kinderen.

Het bericht van SOHR werd nog niet bevestigd, en tegengesproken door een plaatselijk rebellengroepering. Een medewerker van het Franse persagentschap AFP maakt wel melding van zware luchtbombardementen op de stad. De straten liggen er verlaten bij.

Vrijdagavond werd al bericht over rebellen die samen met hun familie het gebied zijn ontvlucht, op weg naar Idlib, in het westen van Syrië.