Het aantal vrouwelijke professoren piekt
Veerle Provoost van de Universiteit Gent. Foto: © Alexander Meeus

Hoewel het aantal vrouwelijke proffen piekt aan de Vlaamse universiteiten, is nog een lange weg te af te leggen om over een evenredige vertegenwoordiging te kunnen spreken. ‘Spreek hen expliciet aan om te solliciteren.’

Traag maar gestaag. Zo valt de opwaartse evolutie van het aantal vrouwelijke professoren aan de Vlaamse universiteiten nog het best te beschrijven. In 2010 ging het om twintig procent van het totale aantal hoogleraren, in 2016 om 26 procent. Dat blijkt uit cijfers van Vlaams Parlementslid Ann Brusseel (Open VLD). Ter vergelijking: Nederland doet het op dat vlak met 19 procent veel slechter.

Van een evenredige vertegenwoordiging aan de onderwijstop is dus nog lang geen sprake. In dat tempo lijkt zelfs een derde van het personeelsbestand (een belangrijke symbolische mijlpaal) nog ver weg.

Dat mag verbazen, gezien de Vlaamse universiteiten al langer van gender een speerpunt maakten. Ook de vrouwen zelf getuigen in deze krant van een professionele openheid voor hun besognes.

Toch stippen ze nog enkele praktische problemen aan, die een wereld van verschil kunnen betekenen, eenmaal er een oplossing voor gevonden is. ‘Voor langere tijd in het buitenland onderzoek voeren of lesgeven: voor mannen lijkt minder vaak een probleem. Maar als moeder van drie zoontjes vind ik het niet evident’, zegt Veerle Provoost (UGent).

Meer thuis kunnen werken, kan ook al veel oplossen, luidt het

Quota aan de VUB

Het verst in het opkrikken van de gendercijfers gaat de VUB, door de recente beslissing om quota in te voeren. ‘Actie was nodig’, zegt rector Caroline Pauwels. ‘De vervrouwelijking ging veel te traag.’

Hoewel de quota nog ingevoerd moeten worden, hebben die wel al effect, zegt Pauwels. ‘Het onderwerp gaat over de tongen. Uiteindelijk komt het wel goed met dat evenwicht. Ik voel het intern. Bij de keuze van een nieuwe voorzitter van de universiteitsraad drong de jonge garde op een vrouw aan. Ik was daar heel blij mee.’

Ook Ann Brusseel ziet ‘hoop op verbetering’. Bij de assistenten zijn de vrouwen zelfs goed voor een meerderheid van 59 procent, ook het aantal doctorandi doet het goed met 49 procent.

Blijkbaar stropt het vooral bij de overgang naar gewoon hoogleraar of professor. Deels omdat vrouwen zich minder snel geroepen voelen om (zowel voor een professoraat als een bestuursfunctie) te solliciteren, zegt Pauwels. ‘Daarom moeten we ze explicieter aanspreken. En bijvoorbeeld ook helpen aanvaarden dat niet alles perfect gedaan kan worden: er hoeft niet altijd een perfecte maaltijd ’s avonds op tafel te staan voor het gezin. En natuurlijk moeten we de work-life-balance bewaken, door bijvoorbeeld niet al te laat vergaderingen te plannen. Maar ook genoeg mannen dringen daarop aan.’