Het belang van de vervroegde parlementsverkiezingen in Italië kan moeilijk worden overschat. Europa hoopt vurig op een stabiel bestuur in de derde economie van de eurozone. Maar het risico bestaat dat Italië maandag onbestuurbaar blijkt.

De strijd gaat tussen drie blokken. De centrumrechtse coalitie onder aanvoering van de Forza Italia van oud-premier Silvio Berlusconi, een centrumlinkse coalitie rond de Partito Democratico (PD) van voormalig premier Matteo Renzi, en de onafhankelijke Vijfsterrenbeweging van Luigi di Maio.

Volgens de peilingen haalt geen van de drie blokken voldoende stemmen om een meerderheid te vormen in het parlement.

Met deze verkieizingen maakt Silvio Berlusconi zijn comeback. Weer premier worden kan hij niet, wegens zijn veroordeling voor fiscale fraude. Maar zijn blok stevent wel af op 34,7 procent.

De centrumlinkse regeringspartij Partito Democratico (PD) van premier Paolo Gentiloni en voorzitter Matteo Renzi betaalt allicht de prijs voor vijf jaar bestuur. De PD zou 23,7 procent behalen, maar vooral in het armere zuiden klappen krijgen. Behalve met kansarmoede kampt Zuid-Italië ook met massa-immigratie uit Afrika, een thema waarop de radicaal-rechtse Lega Nord zich profileert. 

De Italianen kiezen voor het eerst volgens een nieuwe, ingewikkelde kieswet die een proportioneel systeem en een meerderheidssysteem vermengt. Dat maakt de uitkomst onvoorspelbaar. Om een werkbare meerderheid te vormen, zou de winnaar zeker 40 procent moeten behalen.

Veel Italianen vermoeden dat Berlusconi’s blok na de verkiezing in zee gaat met de centrumlinkse PD, zoals ook na de verkiezingen van 2013 even het geval was. Maar volgens Berlusconi en Renzi zit samenwerken er ditmaal niet in. Zonder meerderheid moet er maar meteen opnieuw worden gestemd, vinden zij.