Namaakbont is niet altijd fake: zo weet je zeker dat je geen echte pels draagt
Foto: rr
Deze vrieskou vraagt om warme kledingstukken, en dan duikt er al eens een streepje bont op. Maar hoe weet je zeker dat het om faux fur gaat? Steeds meer jassen uit nepbont bevatten immers wel echt bont. Daarom is het belangrijk om kledingstukken met pelsjes voor aankoop grondig te screenen.

Het gaat niet goed met de bontindustrie en dat heeft alles te maken met het feit dat steeds meer consumenten bont afzweren. Die dalende interesse brengt echter een verontrustende verschuiving met zich mee. De hele industrie in Azië wankelt, en probeert niet helemaal ten onder te gaan door echt bont van de hand te doen als nepbont. Het is dus mogelijk dat die betaalbare jas uit faux fur in je kast eigenlijk vals is en dus wel echte pels bevat.

Dierenrechtenorganisatie Peta is zich bewust van deze nieuwe trend en legt in een filmpje uit hoe je een kledingstuk in de winkel kunt screenen. Spreid het bont en kijk hoe de aanhechting eruitziet. Zie je lederen huid, dan betreft het echt bont. Bij nepbont zijn individuele haartjes in rijen op een stoffen aanhechting genaaid. Eindigen de haartjes in een fijn puntje? Dan heb je te maken met echt dierenhaar. Valse haartjes zijn botter aan de uiteinden.

Bij onze noorderburen geeft ook de organisatie Bont Voor Dieren nog een paar tips om het onderscheid te kunnen maken. Echt bont is zacht en glad, terwijl nepbont een pak ruwer en soms zelfs plakkerig aanvoelt. Het kan ook helpen om met een speldje in de jas te prikken. Bij de real deal gaat dat moeilijker dan bij haartjes die op een stoffen gaasje zijn ingeplant.

Heb je al een jas in je kast hangen en wil je duidelijkheid, dan kan je er een paar haartjes uittrekken en boven een vlam houden. Echte haartjes verschroeien en ruiken naar verbrand mensenhaar, valse haartjes ruiken naar verbrand plastic. Bij twijfel raadt zowel Peta als de Bont Voor Dieren aan om de jas niet te kopen.