Goksector krijgt raad van ex-topman Kansspelcommissie
Het European Gaming Compliancy Institute vertegenwoordigt grote spelers als Ladbrokes, Napoleon Games en Unibet Foto: Patrick De Roo

Sinds zijn vertrek bij de regulator werkt de gewezen ‘chef controles’ bij een bedrijf dat onder meer Napoleon Games en Ladbrokes adviseert.

Begin jaren 2000 stampte Marc Callu mee de Kansspelcommissie uit de grond. Als gewezen speurder bij de gerechtelijke politie was hij gespecialiseerd in de goksector. Die kennis kwam van pas bij de uitbouw van de regulator voor de kansspelen. Veertien jaar lang, tot in februari 2015, was Callu het Nederlandstalige gezicht van de commissie, die geregeld onder vuur kwam te liggen. Denk aan de heisa rond de belspelletjes.

Bij zijn pensionering drie jaar geleden werkte Callu er als strategisch expert kansspelen en hoofd van de cel Controle. ‘Hij kende als geen ander het reilen en zeilen van de goksector’, schreef de Kansspelcommissie in haar jaarverslag 2015 over Callu. Datzelfde document meldt op een geheel andere plek de oprichting van de belangenorganisatie European Gaming Compliancy Institute (EGCI). ‘De belangrijkste deelnemers zijn Napoleon Games, Eurautomat, (...) Versailles Palace, Ladbrokes, Unibet, Eurotiercé ...’ De grote spelers op de Belgische gokmarkt, kortom. Het doel van EGCI is ‘het verdedigen van de gemeenschappelijke belangen’ van die bedrijven.

De twee gebeurtenissen lijken los te staan van elkaar, maar De Standaard vernam dat Callu medeoprichter is van EGCI en er werkt als consulent. De man die jarenlang toezag op het naleven van de regels rond casino’s, speelhallen, goksites, en alle andere zaken die bij kansspelen komen kijken, stelt sinds zijn pensioen zijn expertise ter beschikking van diezelfde gokbedrijven. ‘Het zou heel vergezocht zijn om dit te zien als een geval van een boswachter die stroper wordt’, reageert Callu. ‘Ik zou mijn werk omschrijven als een adviesfunctie. Dat advies geef ik op vraag van de operatoren (de gokbedrijven, red.), maar ook van andere betrokkenen zoals politieke partijen. Het is niet mijn bedoeling van EGCI een lobby-organisatie te maken. Bij mijn vertrek bij de commissie voelde ik dat er een kloof gaapte tussen de sector en de commissie, die toen in een ivoren toren zat. Ik wilde dat oplossen door een brug te slaan via EGCI.’

Callu was bij de Kansspelcommissie de rechterhand van voorzitter Etienne Marique, maar ontkent dat hij daardoor een voetje voor zou hebben. ‘Ik verdien ook geen cent aan dit werk’, zegt Callu. De Kansspelcommissie zegt de afgelopen jaren slechts een aantal keren contact te hebben gehad met Callu.

Bij een overstap zoals die van Callu is er juridisch geen probleem. Er stelt zich wel een ethische kwestie, meent hoogleraar bestuurskunde Filip De Rynck (UGent). ‘Door de toename van regulatoren bij allerlei sectoren zien we het fenomeen de jongste jaren vaker. Mensen die met overheidsgeld kennis verwerven bij een regulator, willen na hun pensionering vaak actief blijven en ondersteunen dan de sector die ze vroeger controleerden, in de relaties met de regulator. Ze kennen alle ins en outs en vergeten die niet eens ze uit dienst zijn. Zeker in het geval van de kansspelen, die samen met de commissie geen al te goede reputatie genieten, is dat ethisch bevraagbaar. Ook al wordt iemand er niet rijker van bepaalde kennis te delen, zonder het te beseffen draagt hij misschien bij tot een ondergraving van de regels.’