'Het heeft weinig gescheeld of we waren er samen aan ten onder gegaan'
Foto: Fred Debrock
Naar de babypsychiatrie met een kind van nog geen jaar? Zelfs in Gasthuisberg botste het op de vrees dat er onvoldoende vraag zou zijn. Maar twee jaar na de start is de Kleine K een toevluchtsoord voor radeloze ouders. ‘Zonder deze hulp hadden we ons kind tegen het behang geplakt – of erger.’

In het Leuvense Gasthuisziekenhuis komen ouders met hun baby een dag per week naar 'de Kleine K'. Ze hebben bijna allemaal een lange weg afgelegd, langs huisartsen, pediaters, ziekenhuisartsen en andere hulpverleners. Zaterdag leest u hoe dS Weekblad een dagje mee mocht in de babypsychiatrie, hieronder leest u alvast een voorproefje.

Velen kregen te horen dat hun kind aan reflux lijdt, maar medicatie daartegen loste het huilen niet op. De zoveelste bijzondere babyvoeding evenmin. ‘We hebben ons kind binnenstebuiten laten keren, maar steeds weer zei men ons dat er niets te vinden was’, zegt Jolien. ‘Als de zoveelste pediater zegt: ik kan niets meer voor  u doen… Wat moet je dan? We voelden ons op de duur echt in de steek gelaten.’

‘Tot we bij de Kleine K terechtkwamen. Natuurlijk waren we sceptisch. Kinderpsychiatrie, ja hallo!? Maar het is onze redding geweest’, zegt haar man Maikel. Ze hebben het traject met hun zoon in de babypsychiatrie al achter de rug, en willen niet met hun echte naam in de krant. ‘Vandaag is Odiel een schattig ventje van zestien maanden, dat nog fel uit de hoek kan komen. Toen we eraan begonnen, was hij één brok frustratie. Vanaf de dag na zijn geboorte is hij beginnen huilen, 15 uur per dag. Radeloos en wanhopig word je daarvan. Het heeft weinig gescheeld of we waren er samen aan ten onder gegaan.’

‘Ik telde in mijn hoofd altijd tot 100, en opnieuw, en opnieuw. Om het gehuil niet te hoeven horen’, zegt Jolien. ‘Ik kon het niet meer verdragen. Ik heb hem weleens hardhandig neergelegd, omdat ik kapot was. Dat  je denkt: oeps, heb ik nu iets fout gedaan?’

‘U denkt misschien dat dit rare ouders zijn’, zegt Binu Singh, kinderpsychiater en initiatiefnemer van de babypsychiatrie in Gasthuisberg. ‘Maar dit zijn heel gewone ouders, die vastzaten in een negatieve spiraal. Zo gaat het bijna altijd bij de gezinnen die  wij zien. Er is iets aan de hand met het kind, dat vaker huilt of moeilijk slaapt, of extreem moeilijk eet – soms een combinatie van al die dingen. We noemen dat een regulatieprobleem: het kind kan zichzelf moeilijk tot rust brengen of troosten. Het is meteen alles of niets. En ondanks alles wat de ouders proberen, gaat het maar niet beter.’

Tien toeters

‘De ouders raken uitgeput en op de duur zelf ook gefrustreerd, waardoor ze minder adequaat reageren op de baby. Die merkt dat hij niet gehoord wordt, en gaat dus nog harder huilen. Als één toeter niet werkt, moet je tien toeters bovenhalen. Dat is wat deze baby’s, bij gebrek aan woorden, doen. Zo vertellen ze dat het niet goed met ze gaat. Sommige van die baby’s zullen later misschien een ontwikkelingsstoornis blijken te hebben. Vroegdetectie kan de uitkomst daarvan verbeteren.’

De babypsychiatrie staat nog in haar kinderschoenen. In de jaren 90 was er voor het eerst sprake van, maar toch heeft Singh, die de Kleine K twee jaar geleden opstartte, nog de primeur voor Vlaanderen. ‘Ons aanbod voor baby’s is een pro Deo-project’, zegt de kinderpsychiater. ‘Niet erkend door de overheid, en dus moeten we dit zelf dragen. De meeste mensen denken dat deze doelgroep niet bestaat. Zelfs hier in eigen huis vreesde men dat er onvoldoende vraag zou zijn.’

Gemiddeld moet ze een op twee gezinnen die in aanmerking komen voor behandeling zonder therapie naar huis sturen. ‘Sommige ouders kunnen weer verder na een eerste gesprek. Dat is prima, want ik wil niet elke huilbaby van Vlaanderen in behandeling nemen. Als het niet nodig is, zal ik niet vragen om te blijven komen. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat wij  het verschil kunnen maken.’

De volledige reportage over de Kleine K in Gasthuisberg leest u zaterdag in dS Weekblad. ‘Hij hing altijd aan mij vast. Ik dacht dat het een goed teken was, maar het was lastig. Ik ben zelfs opnieuw beginnen roken: de enige manier om eens aan mijn kind te kunnen ontsnappen’