Michel: ‘Onaanvaardbaar dat rechtsstaat maar enigszins in vraag zou worden gesteld’
Charles Michel in gesprek met Jan Jambon. Foto: Photo News

In een ontmoeting met de ordes van advocaten benadrukt premier Charles Michel (MR) het belang van de scheiding der machten. Maar een expliciete tik op de vingers voor vicepremier Jan Jambon (N-VA), komt er niet. De advocaten staan evenwel op hun strepen.

Michel ontving in zijn ambtswoning op de Lambermont vandaag advocaten Jean-Pierre Buyle, voorzitter van de Orde van de Franstalige en Duitstalige Balies, en zijn Vlaamse ambtgenoot Edward Janssens, voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies (OVB). Een meeting die tegen de achtergrond van de verklaringen van N-VA-vicepremier Jan Jambon, een extra lading kreeg.

Jambon had zich onlangs kritisch uitgelaten over de verdediging door advocaat Sven Mary in de zaak-Abdeslam. ‘Een advocaat die in een zaak als deze op zoek gaat naar een procedurefout: dat is volgens mij twee straten te ver’, zei hij in De Zevende Dag. De Hoge Raad voor Justitie reageerde onmiddellijk scherp. Ook de oppositie was niet te spreken over Jambons uithaal.

'Gehecht aan scheiding der machten'

Na het gesprek van vanmiddag, was in de entourage van Michel te horen dat ‘beide partijen hun gehechtheid aan de scheiding der machten herhaalden’. Zowel de advocaten als Michel ‘hechten er veel belang aan dat iedereen in ons land een eerlijk proces krijgt. Ze kunnen niet accepteren dat de rechtsstaat ook maar enigszins in vraag zou worden gesteld.’ Een expliciete verwijzing naar Jambon volgt niet.

De advocaten zelf stuurden ook hun lezing van het gesprek rond. De toon is daar scherper. ‘Iedere persoon heeft het recht om de bijstand van een advocaat te vragen, wat ook de feiten zijn die hem worden ten laste gelegd. Het behoort tot de kerntaak van de advocaat om die verdediging in alle vrijheid en onafhankelijkheid te garanderen.’

Voor de advocaten komen de uitspraken van Jambon die vrijheid niet ten goede, met alle gevaren vandien. ‘De onafhankelijkheid van de drie staatsmachten is essentieel voor de goede werking van een democratie. Het evenwicht tussen die drie machten maakt dat er geen enkele tussenkomst of beïnvloeding mag zijn van de uitvoerende macht in de rechterlijke macht.’