Milities die samenwerken met de Syrische regering zijn dinsdag de noordelijke Koerdische enclave Afrin binnengetrokken. Dat doen ze in een reactie tegen de ‘agressie van Turkije’.

Om het Turkse militaire offensief in de enclave Afrin af te slaan, hebben de Syrisch-Koerdische milities (YPG) een overeenkomst gesloten met het Syrische regeringsleger. Daar dreigt nu een rechtstreekse confrontatie tussen Syrië en Turkije.

In een communiqué van de YPG luidde het dat de ‘militaire eenheden’ van het Syrische bewind ‘posities zullen innemen aan de grens (met Turkije, nvdr) en deelnemen aan het beschermen van de territoriale eenheid van Syrië en zijn grenzen’.

Turkije dreigde ermee om de regeringstroepen aan te vallen als ze zouden tussenbeide komen. Meteen na het manoeuvre van de pro-regeringsmilities zijn de Turken met bombardementen van het gebied gestart, zo meldt het Syrische staatspersagentschap Sana.

Belegering

Het Turkse leger belegert samen met geallieerde Syrische rebellen al een paar weken Afrin en omgeving. Volgens de Turkse president Recep Tayyip Erdogan is de YPG immers een terroristische organisatie die gelinkt is aan de PKK. Sinds het offensief is begonnen, hebben ze zo’n 45 dorpen ingenomen.

Het Syrische regime beschouwt de Turkse interventie als een ‘openlijke aanval’ op zijn soevereiniteit.

Ghouta

Het militaire machtsvertoon volgt op hevige luchtaanvallen van het Syrische regime op het rebellengebied in Oost-Ghouta, dichtbij de hoofdstad Damascus. In twee dagen tijd zijn daar bijna 200 doden gevallen. Amnesty International spreekt van ‘flagrante oorlogsmisdaden’ op ‘grote schaal’.