Hardy over moordpoging op actrice: ‘Ze stond ineens voor mij’
Foto: Photo News

In het Tongerse hof van assisen ondervroeg voorzitter Thys dinsdag Renaud Hardy over de moordpoging op actrice Veerle Eyckermans. Hardy zat naar eigen zeggen in een algemene malaise, toen hij besloot haar aan haar woning op te wachten.

Op 3 februari 2015 was pas het elektronisch toezicht bij Hardy geëindigd, nadat hij in hechtenis had gezeten voor beschieting van een fietsster met een loodjesgeweer. Amper tien dagen later wilde hij actrice Veerle Eyckermans doden. ‘Ik zat in een algemene malaise. Mijn auto was in beslag genomen. Ik heb 17 jaar in Hofstade gewoond, maar op 1 mei moest ik weg. Mijn vader was overleden. Alles kwam bij elkaar. Ik kon het weer niet houden. Ik heb die mevrouw ‘s avonds opgewacht’, zei Hardy, die die dag in de voormiddag een gesprek met Eyckermans had over zijn telegeleide autootjes.

Voorzitter Thys wilde weten of zij iets gezegd had wat hem niet beviel, maar volgens Hardy was dat niet het geval. Op de vraag met welke intentie hij naar haar woning was gegaan, antwoordde Hardy dat hij met innerlijke pijnen zat. Hij was rechtstreeks naar zijn bestemming gegaan.

Buren

Hij hoorde de actrice thuiskomen en de deur van haar auto dichtslaan, toen hij in haar tuin stond. De beschadiging van haar voordeur omschreef Hardy als kattenkwaad. ‘Het was pikdonker. Ik wachtte haar op en ik sloeg haar krachtig met een balk uit de garage. Op haar linkervoorhoofd. Zij maakte rechtsomkeert en liep weg. Ze begon hard te roepen. Er was paniek. Ik heb geprobeerd haar onder de struiken uit te trekken. Mijn plan viel in duigen, toen de buren buiten kwamen', zei Hardy.

‘Welk plan', vroeg voorzitter Thys. ‘Om daar een beetje keet te schoppen en om een beetje boel te maken’, antwoordde Hardy. Eyckermans overleefde de aanslag. Een buurman en zijn zoon kwamen toegesneld. Hardy maakte zich uit de voeten. ‘Was uw brandende frietketel toen geblust’, vroeg de voorzitter, waarop Hardy bevestigend antwoordde.

Excuses

In de tuin bij Eyckermans werd een muts met DNA van Hardy teruggevonden. Daardoor kon hij aan de moordpoging gelinkt worden. ‘Ik pleit schuldig aan de feiten op A.H. en Veerle Eyckermans. Ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen’, voegde Hardy eraan toe. Voorzitter Thys wees hem erop dat de nabestaanden in de zaal meer antwoorden verwachten dan alleen een schuldigverklaring.

De assisenvoorzitter gaf Hardy aan het einde van zijn ondervraging de kans nog iets te zeggen. ‘Het valt me enorm zwaar om bij wijze van spreken hier voor jullie mijn broek te moeten uitdoen en in mijn bloot gat te staan’, zei Hardy terwijl hij snikte en naar zijn hoofd greep. Dan begon hij zich te excuseren, maar niet tegenover de nabestaanden. Hij had het over zijn moeder, zussen en petekind.

‘Ik wil me excuseren bij iedereen die ik gekwetst heb. Bij mijn moeder en twee zussen. Ook bij mijn petekind’, zei Hardy.