‘Het circus heeft lang genoeg geduurd’
Sven Gatz Foto: bdw
Op de eerste werkdag van de expertencommissie die de bruiklenen Russische avant-gardekunst in Gent zou onderzoeken, trok minister van Cultuur Sven Gatz er de stekker uit. 'Ik heb geprobeerd scheidsrechter te spelen, ook al moest ik dat strikt genomen niet, maar de Stichting Dieleghem brak haar woord.'

Coup de théâtre in het dossier-Toporovski. Drie volle weken duurde het om experten te vinden die de 26 bruiklenen aan het Museum voor Schone Kunsten Gent tegen het licht zouden houden.  Gisteren ging ze op haar eerste werkdag al onderuit. Gestruikeld over de advocaten.

Minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) heft de commissie op ‘omdat de Stichting Dieleghem (die de Toporovski-collectie beheert, red.) en de stad Gent niet langer hun volle medewerking verlenen’. Zowat een maand geleden nam hij het initiatief voor de commissie nadat er twijfels waren gerezen over de authenticiteit van de werken

De vier experten, onder voorzitterschap van Thomas Leysen, hadden de principiële toezegging dat vijf werken in een labo zouden worden geanalyseerd. Wat de start van een onderzoek moest worden, eindigde gisteren bij de eerste tegenwind in een anticlimax. Dat kwam omdat de advocaten van de Stichting met extra voorwaarden kwamen aanzetten.

‘Ze vroegen om aan te tonen waarom er bij sommige kunstwerken twijfels zijn’, zegt Thomas Leysen. ‘Die twijfels zijn er. Waarom zouden wij daar dan eerst de bewijslast voor aanbrengen? Dit komt de facto neer op een veto van de Stichting Dieleghem om de werkzaamheden op te starten.’

Ook over de labo-analyse zelf was heibel ontstaan nadat de advocaten van de Stichting het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium (KIK) gewraakt hadden omdat één van zijn medewerkers in de media verklaringen over Russische avant-gardekunst had afgelegd. ‘De stad Gent vond dat er eerst een labo-analyse moest zijn vooraleer we zouden onderzoeken of het museum zorgvuldig te werk was gegaan. De commissie oordeelde dat het in die omstandigheden onmogelijk was haar taken uit te voeren’, zegt Leysen.

Minister Gatz onderschreef gisteren dat de commissie ‘door die extra voorwaarden haar werk onmogelijk naar behoren kon uitvoeren’.

Dat was snel.

‘Ik heb deze beslissing met de  voorzitter besproken. Het was niet opportuun deze mensen met wetenschappelijke en andere reputaties nog langer rondjes te laten draaien. Het circus heeft lang genoeg geduurd.’

Waarom trekt u zich volledig terug uit het dossier?

‘Strikt genomen had ik hier geen initiatief moeten nemen. Ik voel me echter moreel verantwoordelijk omdat ik mijnheer Toporovski had ontmoet. Daarom heb ik geprobeerd een scheidsrechtersrol te spelen. Tot we een paar dagen geleden een advocatenbrief op hoge poten kregen. Daarmee brak de Stichting Dieleghem haar woord om mee te werken aan het onderzoek.’

Gaat men u niet verwijten dat u makkelijk opzij gaat?

‘Dit is einde verhaal. Ik ga niet onderhandelen over voorwaarden. Ik heb de mogelijkheid geboden op een constructieve manier, van woord en wederwoord, klaarheid te brengen in dit dossier.’

Welke voorwaarden waren voor u onaanvaardbaar?

‘Dat wij moeten aandragen waarom er bij sommige werken twijfels zijn. De medewerker van het KIK, die het onderzoek zou uitvoeren, is gewraakt omdat hij zich in de media over de zaak had uitgelaten (een medewerker legde in deze krant in algemene termen de wetenschappelijke methodes uit om kunstwerken te analyseren, red). Gent vond dat er eerst een labo-analyse moest zijn voor werd onderzocht of het museum wel zorgvuldig genoeg had gehandeld.’ 

Kan dit onderzoek niet door een ander labo gedaan worden?

‘Het KIK heeft een wetenschappelijke reputatie en staat boven elke verdenking. De instelling had de geknipte kwalificaties om dit onderzoek uit te voeren.’

Hoe moet het nu verder?

‘De exclusieve verantwoordelijkheid voor het tentoonstellen van de werken ligt bij het museum. Daar is niets aan veranderd. Het is nu aan het museum en de stad enerzijds en de Stichting Dieleghem anderzijds om te bepalen hoe en of ze al dan niet verder wensen samen te werken.’