Antwerpse rechter legt BBI aan de leiband
De grote betaaloperatoren in ons land (zoals bijvoorbeeld Bancontact-Mister Cash, Visa en MasterCard) wilden niet dat de BBI inzage zou krijgen in alle betalingen met buitenlandse bankkaarten in ons land. Foto: pn
De BBI tast steeds meer de grenzen van haar onderzoeksbevoegdheid af. De Bijzondere Belastinginspectie vroeg inzage in alle elektronische betalingen met buitenlandse betaalkaarten. Maar een Antwerpse rechter floot de BBI terug. De vraag is echter: voor hoelang?

Mag de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) op grote schaal informatie opvragen bij derden, inclusief grote bedrijven en betaalorganisaties, over een onbepaalde groep Belgische belastingplichtingen? Dat was de centrale vraag tijdens een opmerkelijke rechtszaak tussen de BBI en zowat alle grote betaaloperatoren in ons land. 

Het antwoord daarop is: neen. Althans, voorlopig toch. Een Antwerpse rechtbank wees recent de eis af om inzage te krijgen in alle betalingen met buitenlandse bankkaarten in ons land. De BBI wou zo te weten komen wie betaalt met geld uit belastingparadijzen en dus mogelijk spaargeld in het buitenland verborgen houdt voor de Belgische fiscus. 

Grenzen van de wet

Maar de grote betaaloperatoren in ons land (zoals bijvoorbeeld Bancontact-Mister Cash, Visa en MasterCard) gingen niet akkoord, waarop de fiscus naar de rechter trok. De rechtbank in eerste aanleg in Antwerpen fluit de BBI nu terug. In een vonnis van 2 februari vindt de rechter de eis voor informatie buiten proportie, omdat de vraag van de fiscus veel te ruim was geformuleerd. 

Het gros van de elektronische betalingen met buitenlandse betaalkaarten gebeurt immers door toeristen en diplomaten. Waardoor veel van de opgevraagde informatie fiscaal niet relevant was en waardoor de vraag van de BBI neerkomt op een ‘fishing expedition': blind hengelen naar zwart geld. Bovendien schendt een BBI-onderzoek op zo’n grote schaal ook de privacywet. 

Toch is dit volgens Mark Delanote, advocaat bij Bloom Law en docent UGent/VUB, een belangrijk vonnis. Het bewijst volgens hem dat niet alleen de belastingplichtigen de grenzen van de wet aftasten, maar dat ook de Belgische fiscus dat steeds vaker doet. ‘Uit het vonnis blijkt dat de BBI niet over één nacht ijs is gegaan. Er werd vooraf met de drie grootste betaaloperatoren in ons land vergaderd, het doel van de operatie werd hun grondig uitgelegd en er werd zelfs al geanticipeerd op mogelijke wettelijke bezwaren’, legt Delanote uit. 

Zo benadrukte de BBI dat de opgevraagde info – die zou worden gehaald uit een enorme database van liefst 7 miljard betalingstransacties – anoniem zou zijn en dat de data-analisten van de BBI daarop later – in twee extra stappen – zelf de verdere analyse zouden doen. Dat alles met een duidelijk doel: het opsporen van Belgen met verborgen spaargeld in het buitenland. 

Maar dat was volgens de Antwerpse rechtbank dus onvoldoende om de enorme berg betaaldata vrij te geven. Een goede zaak, vindt Delanote. ‘Ik begrijp dat de fiscus zijn onderzoeksmogelijkheden probeert te maximaliseren, maar hij moet zich daarbij houden aan de wet. Stel dat de BBI gelijk kreeg, dan zou de fiscus allicht niet nalaten bij andere dienstverleners een bulk aan privacygevoelige informatie op te vragen. Dat zou dan gebruikt kunnen worden om het bestedingspatroon van de burgers (dure auto’s, juwelen, dure reizen ...) in kaart te brengen.’

Toch is dit wellicht slechts een eerste veldslag in een lange oorlog. ‘De BBI kan tegen het vonnis beroep aantekenen. En het is niet omdat de rechtbank in Antwerpen dit verbiedt, dat een rechter in Gent of Brussel automatisch hetzelfde zal doen’, blijft Delanote voorzichtig.

Duidelijke criteria

Kortom, het begin van een strijd die doet denken aan het jarenlange juridische getouwtrek rond de fiscale huiszoekingen. ‘In de eerste vonnissen over het fiscaal zoekrecht kreeg de BBI al eens ongelijk. Maar gaandeweg kantelde de rechtspraak en kozen steeds meer rechters de kant van de BBI. Tot medio oktober vorig jaar ook het Grondwettelijk Hof erkende dat de BBI een actief zoekrecht heeft’, aldus Delanote. 

In een reactie liet de woordvoerder van de fiscus, Francis Adyns, gisteren weten dat de BBI het vonnis zal respecteren en er lessen zal uit trekken. Maar ook dat de BBI ‘zal blijven acties voeren om niet aangegeven gelden in belastingparadijzen te identificeren en alsnog te belasten’. Want de belangrijkste les uit het vonnis is wellicht nog dat de Antwerpse rechter de mogelijkheid openlaat voor de BBI om zelf criteria voor te stellen, zoals eerder in Nederland. Duidelijke criteria die de betaaloperatoren dan kunnen gebruiken om zelf een voorselectie van ‘verdachte betaalkaarten’ te doen. ‘Ook de BBI onderzoekt nu die piste’, besluit Adyns.