Bert Anciaux: ‘Ik doe niet mee aan een opbod om ter minst belastingen’
Foto: Bart Dewaele

SP.A-senator Bert Anciaux wijst zijn partij op de gevaren van het voorstel rond de erfbelasting.

SP.A-senator Bert Anciaux liet zich vier jaar geleden ontvallen dat ‘de wereld rechtvaardiger zou zijn als we erfenissen zouden afschaffen zodat vermogens rechtstreeks naar de overheid gaan’. Deze week ging zijn partij radicaal de andere kant uit met het voorstel om elke Vlaming tot 250.000 euro volledig belastingvrij te laten erven.

Vloekt het SP.A-voorstel niet met uw visie?

‘Persoonlijk vind ik erfenissen inderdaad niet zo rechtvaardig. Als je ouders rijk zijn, heb je een voorsprong op wie in armoede geboren wordt. Maar als de partij er inderdaad in slaagt om een belastingvrije som tot 250.000 euro te realiseren door de grote vermogens op een correcte manier te laten bijdragen, dan is dat minstens een interessante piste.’

Met een vrijstelling tot 250.000 euro mikt uw partij wel hoog.

‘Dat blijft inderdaad een grote som en de overgrote meerderheid van de bevolking zou ervan genieten. Net daarom kan ik er alleen achter staan als bewezen is dat de grote vermogens het gat dichten.’

Is het voorstel ook haalbaar?

‘Ik was niet op het laatste partijbureau, maar ze hebben mij verzekerd dat het voorstel betaalbaar is als we de ontsnappingsroutes voor de grote vermogens stoppen. Het is niet zo moeilijk om te achterhalen welke constructies opgezet worden om erfenis- en schenkingsrechten te omzeilen. Dat vereist wel dat er een vermogenskadaster komt. Of het plan uitvoerbaar is, hangt af van politieke wil.’

Ondergraaft SP.A hiermee ook niet de steun voor een belangrijke belasting?

‘Het is een beetje populair om te zeggen dat het altijd met minder, minder, minder kan. Ik doe persoonlijk niet mee aan een opbod om ter minst belastingen. Als je dit plan zou verkopen als een belastingvermindering, is het gevaar dat de collectiviteit en de solidariteit in de samenleving er onder leidt. Het mooie aan het voorstel is wel dat SP.A aantoont hoeveel er mogelijk is voor de gewone mensen als de grote vermogens écht bijdragen.’