We weten nog steeds niet wat we moeten eten
Foto: iStock
De voedingsadviezen die we vandaag krijgen, zijn nog altijd in grote mate gebaseerd op onderzoek uit de jaren 60. Terwijl almaar duidelijker wordt dat we de banden met die periode beter doorknippen.

Vet? Of suiker? Wat is het ongezondst? Al bijna een halve eeuw lang wordt er een voedingsoorlog uitgevochten en de verwarde burger is er het slacht­offer van. Geregeld krijgt een nieuwe visie de bovenhand. Het voorbije decennium raakte het anti-suikerkamp onder stoom. Maar die partij krijgt vandaag tegenwind van een studie in het vakblad Science. ‘Het is fout om de suikerindustrie te demoniseren’, concluderen twee historici. 

Eerst: minder vet
Even recapituleren. Midden vorige eeuw werd – vooral in de VS – de voedingswetenschap opgedreven omdat steeds meer mensen stierven aan hartfalen. Tegen de jaren 60 werden vet en cholesterol als belangrijkste schuldigen aangewezen. De verworven inzichten mondden eind jaren 70 uit in de allereerste voedingsadviezen voor de bevolking. Amerikanen moesten minder vet eten, klonk het.

De lightproducten waren geboren. Maar na de eeuwwisseling begon een aantal alarmbellen te luiden. Sinds de bevolking het advies kreeg om minder vet te eten, was obesitas een ware epidemie geworden. Schortte er wat aan de ­anti-vettheorie? Meer en meer ­wetenschappers wezen suiker met de vinger, terwijl ze het goede van vet  bezongen. 

Daarna: minder suiker 
Om hun argumenten kracht bij te zetten, verwezen anti-suikerwetenschappers naar het onderzoek van de jaren 60. Ook toen gingen er stemmen tegen suiker op, maar die werden in de kiem gesmoord. Door de suikerlobby, stelden onderzoekers van de Universiteit van Californië in San Francisco. 

De voorbije jaren werd correspondentie tussen de suikerindustrie en wetenschappers opgediept uit archieven. Daaruit zou blijken dat grof geld betaald werd om het onderzoek naar tandbederf te sturen, weg van het advies om minder suiker te verbruiken. Er was ook een studie bij ratten, door de suikerindustrie zelf in gang gezet, die stopgezet werd toen de resultaten negatief uitdraaiden voor zoetekauwen. Een professor van Harvard werd door de suikerindustrie betaald om een studie te publiceren waaruit moest blijken dat vet slecht is, en suiker onschadelijk. De suikerindustrie was geen haar beter dan de tabaksindustrie, klonk het.

Maar in Science plaatsen historici van Columbia University en City University in New York nu serieuze kanttekeningen bij die beweringen. De prof  van Harvard schreef bijvoorbeeld al veel langer dat vet slecht en suiker minder slecht is. Hij werd door de suikerindustrie betaald om zijn onderzoek verder uit te diepen. Dat is wat anders dan wetenschappers betalen om hen vervolgens woorden in de mond te leggen. Er was in de jaren 60 sowieso meer bewijslast tegen vet en cholesterol dan tegen suiker, stelden de historici vast in hun onderzoek. En vooral: het was in die tijd heel gewoon dat wetenschappers zich lieten betalen door de industrie, zonder dat ze dat moesten aangeven. Nu moet dat wel. 

Nu: in het midden 
Dé anti-suikerstem uit die tijd was de Brit John Yudkin, auteur van Pure, white and deadly (een anti-suikerboek), toen verguisd door de prominentste wetenschappers, vandaag een referentie voor het anti-suikerkamp. Maar ook Yudkin werd betaald, door de zuivelindustrie (het pro-vetkamp, zeg maar). Zowat alle voedingssectoren probeerden de wetenschap te beïnvloeden, klinkt het. De suikerlobby was niet kwalijker dan een andere. 

De historici spreken zich niet uit over vet en suiker, ze zijn geen voedingswetenschappers. Dat er in de jaren 60 meer bewijslast was tegen vet dan tegen suiker, hoeft vandaag niets te betekenen. De waarheid ligt wellicht in het midden. De wetenschappelijke methoden zijn veranderd, onze inzichten verbeterd en genuanceerder. Het is dan ook onnodig om het verleden te misbruiken, is de conclusie.