Twee Soedanezen vrijgelaten op basis van CGVS-rapport
(themabeeld) Foto: Katrijn van giel

Twee Soedanezen die opgesloten zaten in een gesloten centrum zijn vrijgelaten op basis van het Soedanrapport van het Commissariaat voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) dat afgelopen week werd gepubliceerd.

In beide gevallen werd hun opsluiting herroepen door de raadkamer. Die oordeelde op basis van het CGVS-rapport dat de Belgische staat onvoldoende heeft onderzocht of de betrokkenen bij hun terugkeer het risico lopen op foltering of slechte behandeling. Volgens de raadkamer ontbreekt in beide dossiers een toetsing van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) is in beroep gegaan tegen de beslissing van de raadkamer.

Zowel volgens DVZ als verschillende hulporganisaties voor migranten gaat het voorlopig om de enige vrijlatingen sinds de publicatie van het CGVS-rapport. De regering heeft beloofd zich te schikken naar de aanbevelingen in het rapport. Zolang die bijsturingen nog niet gebeurd zijn, bestaat er een kans dat er nog vrijlatingen volgen op basis van dezelfde argumentatie, zo is te horen.

‘Er moet geval per geval een grondig onderzoek gevoerd worden naar de risico’s op foltering of onmenselijke behandeling op grond van artikel 3 van het EVRM’, klinkt het bij de DVZ. ‘Het CGVS-rapport heeft voorwaarden gesteld wat de repatriëringen naar Soedan betreft. Die voorwaarden moeten door de regering concreet ingevuld worden.’