Hoge Raad Justitie: ‘Ministers moeten zich niet moeien met bevoegdheden van magistraten’
Jan Jambon. Foto: Photo News

‘Ieder zijn rol!’ Dat is de duidelijke boodschap van de Hoge Raad voor Justitie (HRJ) aan het adres van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA), nadat die in de media advocaat Sven Mary had bekritiseerd.

Minister Jambon verklaarde in ‘De Zevende Dag’ op Eén dat hij het niet correct vond dat advocaat Sven Mary de vrijspraak vroeg voor Salah Abdeslam in het proces rond de schietpartij in Vorst. ‘Dat Mary nu op zoek gaat naar procedurefouten, gaat er bij mij niet in. Dat gaat twee straten te ver.’

‘Als elke macht haar rol zou behouden en van wederzijds respect zou getuigen, in plaats van een kakofonie op alle niveaus te veroorzaken, zou dat niet meer bijdragen tot het behoud van hun legitimiteit en het vertrouwen van de burger?’, vraagt de Hoge Raad voor Justitie zich nu op zijn website af.

‘Ministers, parlementsleden en magistraten hebben niet alleen de plicht hun respectieve bevoegdheden uit te oefenen, maar ook om waardig elkaars bevoegdheden te eerbiedigen en er zich niet in te mengen’, is de HRJ duidelijk. ‘We betreuren te moeten wijzen op een dergelijke evidentie.’

Minister blijft achter uitspraken staan

Gisteren had ook de Orde van Vlaamse Balies de uitspraken van Jambon al veroordeeld. ‘De minister heeft natuurlijk vrijheid van meningsuiting zoals iedereen, maar het is een ongeschreven regel dat de uitvoerende macht zich niet mengt in een hangende rechtszaak.’

Op het kabinet van Jambon klonk het vandaag echter dat de minister ‘5.000 procent’ achter zijn uitspraken blijft staan. ‘Hij toonde moreel leiderschap in een belangwekkende kwestie. Dit was een oproep tot een ethische reflectie, meer niet.’