De tweede procesdag voor de schietpartij van 15 maart 2016 in de Driesstraat in Vorst, werd zo goed als volledig besteed aan de pleidooien van de advocaten van Salah Abdeslam en Sofien Ayari. Zij betwistten nadrukkelijk de terroristische context van de schietpartij. Sven Mary, de advocaat van Abdeslam, vroeg bovendien de vrijlating van Abdeslam op basis van een procedurefout

Waarover het gaat: toen de politie op 15 maart 2016 een huiszoeking probeerde te houden in het pand in de Driesstraat, was ze koortsachtig op zoek naar terroristen die betrokken waren bij de aanslagen in Parijs en heelhuids uit de Franse hoofdstad waren gevlucht, of naar mensen die een ondersteunende rol hadden gespeeld bij de voorbereiding van die aanslagen.

De huiszoeking draaide uit op een vuurgevecht tussen de politie en de drie terroristen in de woning. Eén van die drie terroristen werd neergeschoten door een scherpschutter van de politie en werd later geïdentificeerd als de Algerijnse terreurverdachte Mohamed Belkaïd. Drie agenten raakten gewond. Al gauw bleek dat Belkaïd zich verschanst had in de woning en de politie bezig had gehouden terwijl twee andere aanwezigen in het appartement konden ontsnappen. Die twee, Salah Abdeslam en Sofien Ayari, konden drie dagen later, op 18 maart, in Molenbeek opgepakt worden.

‘Geen moordpoging, geen valstrik’

Laura Séverin, de advocate van Ayari, vroeg de rechtbank om haar cliënt vrij te spreken voor moordpoging in een terroristische context. Van enige voorbedachtheid is evenmin sprake, droeg ze aan. ‘De tijd tussen de aankomst van de politie en de start van de schietpartij was daar te kort voor. Hoogstens gaat het dus om een poging doodslag en geen moordpoging.’ Het wapenbezit op zich betwistte ze niet.

‘Sofien Ayari heeft ook geen valstrik gespannen voor de politie’, klonk het ook nog. De verklaringen die terreurverdachte Ossama Krayem daarover had afgelegd, zijn volgens meester Séverin ‘ongeloofwaardig’.

Isa Gültaslar, de tweede advocaat van Ayari, benadrukte op zijn beurt dat zijn cliënt helemaal geen slachtpartij wilde aanrichten of als een martelaar wilde sterven. ‘Als Ayari echt had willen sterven als martelaar, wat in sommige extremistische middens toch gezien wordt als het hoogste goed, dan had hij die mogelijkheid’, aldus Gültaslar, die een reeks scenario’s aanhaalde waarbij de schietpartij veel doden had kunnen veroorzaken. ‘Maar dat is niet gebeurd’, zo zei hij.

Beide advocaten vroegen aan de rechtbank om clementie ten aanzien van hun cliënt.

Mary: ‘Abdeslam moet vrijuit gaan’

Vervolgens was het de beurt aan Sven Mary, advocaat van de afwezige Abdeslam. ‘In tegenstelling tot mijn cliënt aanvaard ik wel de legitimiteit van deze rechtbank, die een verdedigingsmuur is tegen het machtsmisbruik en de barbarij’, zo stak hij van wal.

Het eerste uur van zijn pleidooi besteedde hij aan een procedurekwestie die al van bij de start speelt in het dossier. Bij de aanstelling van een onderzoeksrechter is volgens hem namelijk een inbreuk gepleegd op de taalwetgeving, waardoor de strafvordering onontvankelijk is en het hele onderzoek nietig, én Abdeslam bijgevolg moet vrijuit gaan.

Net als de advocaten van Ayari, betwistte hij dat het om een daad van terrorisme zou gaan. ‘Bij een daad van terrorisme wordt de bevolking geviseerd. Was dat het geval bij de schietpartij? Neen. Wat gebeurd is, was niet gericht tegen de maatschappij of de Belgische staat en dus kan er geen sprake zijn van terrorisme.’

Er is volgens Mary geen enkel element in dit dossier dat toelaat om te oordelen dat het om terrorisme gaat.

Volgens Mary is Abdeslam mededader noch medeplichtige van de schietpartij. Hij wees er ook op dat iedereen het vermoeden van onschuld geniet, ‘zelfs Abdeslam’.

‘Nobelprijswinnaar’

In zijn repliek kwam Tom Bauwens, die twee leden van de speciale eenheden verdedigt, terug op het pleidooi van Gültaslar. Die had gezegd dat Ayari veel meer schade had kunnen aanrichten als hij dat gewild had. ‘Ik heb meteen het nummer van het Nobelprijscomité opgezocht, want als we de verdediging mogen geloven, hebben we al een winnaar. Hij zit daar’, zo wees hij naar Ayari.

Ook kwam hij terug op de procedurekwestie die Sven Mary had aangehaald. Volgens Bauwens had Mary de aangehaalde wetsartikels selectief gelezen en is er absoluut geen procedurefout in het spel.

Alvorens uitspraak te doen, moet de rechtbank zich wel nog buigen over de ontvankelijkheid van de burgerlijke partijstelling van V-Europe. Daarover wordt op 29 maart gepleit. Toch kreeg Ayari donderdag al het laatste woord: ‘Mijn advocaat heeft al alles gezegd’, was het enige dat hij nog wilde meegeven.