‘Behandel kankers in beperkt aantal centra’
Voor wie via een kijkoperatie geopereerd wordt bij baarmoeder- of baarmoederhalskanker, zijn de gevolgen minder zwaar.  Foto: Amelie-Benoist/BSIP
Gynaecologen vragen minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) om de behandeling van baarmoeder­(hals)­kanker alleen in die ziekenhuizen toe te staan, waar dat via een kijkoperatie gebeurt.

Minder bloedverlies tijdens de operatie en minder pijn na de operatie. Sneller vanuit het ziekenhuis naar huis en sneller weer aan het werk. Voor wie via een kijkoperatie geopereerd wordt bij baarmoeder- of baarmoederhalskanker, zijn de gevolgen minder zwaar. Ook de kosten voor de sociale zekerheid zijn veel lager dan bij een klassieke buikoperatie. Eén probleem: slechts in 52 procent van de chirurgische ingrepen wordt baarmoederkanker behandeld via zo’n kijkoperatie, al dan niet met de hulp van robotassistentie. Bij baarmoederhalskanker gaat het om 57 procent.

Dat blijkt uit een Effect-studie die werd uitgevoerd door de Belgische Stichting Kankerregister, die verschillende kwaliteitsindicatoren analyseerde voor de behandeling van baarmoederkanker tussen 2012 en 2015. Het blijkt ook uit de gegevens die door het Riziv in 2015 werden verzameld.

Opmerkelijk: in de grootste ziekenhuizen – de ziekenhuizen die de meeste gevallen van baarmoeder(hals)kanker behandelen – gebeurt 90 à 95 procent van de ingrepen via een kijkoperatie. Acht gynaecologen schreven daarom een brief naar minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), met de vraag om de behandeling van patiënten met baarmoeder(hals)kanker te centraliseren in referentiecentra. Dat zijn ziekenhuizen die aan zeer strikte criteria voldoen en die voldoende ervaring hebben met de behandeling van een bepaalde kanker.

In 2014 kregen 1.500 mensen de diagnose van baarmoederkanker. Baarmoederhalskanker komt minder vaak voor: 630 vrouwen in 2015.

Overlevingskansen

‘Internationaal is de standaard voor eierstokkanker dat je minstens 20 operaties per jaar moet uitvoeren om voldoende ervaring te kunnen opdoen’, zegt Ignace Vergote, gynaecoloog in het UZ Leuven en één van de ondertekenaars van de brief.

‘Als je minstens 20 behandelingen per jaar uitvoert, dan stijgt de overlevingskans met 10 tot 15 procent. Dat is duidelijk aangetoond door het Riziv voor bijvoorbeeld eierstokkanker (zie inzet) en blijkt ook uit internationaal onderzoek. Voor baarmoeder(hals)kanker kennen we de cijfers niet. Maar het is wel duidelijk dat dergelijke weinig-invasieve operaties alleen in ziekenhuizen met genoeg ervaring worden uitgevoerd, met grote voordelen voor de patiënt en voor de sociale zekerheid.’

De open brief kadert in het groeiende besef dat je zeldzame kankers in een beperkt aantal ziekenhuizen moet behandelen. In 2014 pleitte het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) daar al voor. In juni vorig jaar lijstte het KCE op in hoeveel ziekenhuizen long-, pancreas- en slokdarmkanker behandeld worden en hoeveel ziekenhuizen genoeg patiënten behandelen om de maximale overlevingskans te garanderen. Zo voeren 68 ziekenhuizen de complexe chirurgie voor pancreaskanker uit, terwijl de helft van die ziekenhuizen maar vier patiënten per jaar zien. Volgens het KCE zou de behandeling tot 2 of maximum 13 ziekenhuizen beperkt moeten worden.

Cultuuromslag

De Block is helemaal gewonnen voor zo’n systeem waarbij maar enkele gespecialiseerde ziekenhuizen bepaalde kankers behandelen. En al past dat in de hervorming van het ziekenhuislandschap en de ziekenhuisfinanciering die ze zelf plant, toch is het hierop al wachten sinds haar aantreden.

‘Dit vraagt een cultuuromslag’, zegt haar woordvoerder Tijs Ruysschaert. ‘Bijna alle ziekenhuizen doen nu alles. De referentiecentra moeten ook genoeg capaciteit hebben om de behandelingen van de kleinere ziekenhuizen over te nemen, anders ontstaan er wachtlijsten en bereiken we het omgekeerde. De eerste referentiecentra die we willen invoeren, zijn die voor pancreas- en slokdarmkanker. Het KCE heeft nu ook een studie over longkanker, daar gaan we nu mee aan de slag.’