Inspectie mag sneller ingrijpen bij sociale dumping
Foto: IMAGEGLOBE

De sociale inspectiedienst mag soms negeren dat een bedrijf met gedetacheerde werknemers in een ander Europees land over de nodige papieren beschikt. Dat constateert het Europees Hof van Justitie in het kader van een zaak die ons land heeft aangespannen tegen het Bulgaarse bouwbedrijf Ömer Altun.

De Belgische inspectie had vastgesteld dat bij het bedrijf amper mensen werken, en dat al het werk werd uitbesteed aan Bulgaarse ondernemers. De werknemers beschikten wel over de nodige papieren. Maar onderzoek wees uit dat de bedrijven in Bulgarije zelf nauwelijks actief waren.

De betrokken Bulgaarse diensten kregen dan ook het verzoek om te bekijken of die vergunningen wel terecht waren toegekend. Maar in het Bulgaarse antwoord werden de door België aangebrachte feiten genegeerd, en was de conclusie dan ook dat ze terecht een vergunning hadden.

De Antwerpse rechter oordeelde echter al in 2015 dat er wel degelijk sprake was van fraude, omdat de vergunningen volgens de Belgische informatie onterecht verkregen waren.

De zaak is voor het Hof van Cassatie gekomen, dat op zijn beurt advies vroeg van het Europees Hof: mag de rechter de vergunning uit Bulgarije negeren, als vaststaat dat die onterecht is toegekend, hoewel Bulgarije zegt van wel? Het Hof van Justitie zegt nu dat dit wel degelijk mag: de Bulgaarse instanties hebben namelijk onvoldoende meegewerkt.

‘Lijn getrokken’

Europees Commissaris voor Werk Marianne Thyssen (CD&V) is tevreden met de uitspraak. Ze ziet dat de rechter een grens trekt: ‘In geval de administratie van het land van herkomst niet de nodige medewerking verleent en een nationale rechter fraude vaststelt, kan een rechter in het land van tewerkstelling het betreffende document onder bepaalde voorwaarden buiten toepassing laten. Hiermee heeft het Hof duidelijk bevestigd dat het algemeen rechtsbeginsel dat het recht ophoudt waar misbruik begint ook bij detachering geldt.’