Waarom Darya Safai ooit terugkeerde naar Iran
Darya Safai (N-VA). Foto: Alexander Meeus
Darya Safai vluchtte uit Iran en keerde sindsdien één keer terug om haar ouders te kunnen zien. Dat rijmt voor sommigen niet met waar de N-VA voor staat, de partij waar ze sinds een week deel van uitmaakt.

Darya Safai ontvluchtte Iran in 1999, nadat ze met haar man aan studentenprotesten in Teheran had deelgenomen. Ze werd daarvoor opgepakt. Na 24 dagen in de gevangenis werd ze op borgtocht vrijgelaten. Haar man leefde ondergedoken. Het koppel vertrok naar Turkije. Zij had een tijdelijk visum voor drie maanden, haar echtgenoot niet. Hij moest zich in Turkije aanmelden bij de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. Intussen werd Safai in Iran bij verstek tot twee jaar celstraf veroordeeld. Daardoor kon ze niet terug.

In Turkije werd haar man op bevel van de veiligheidsdienst opgepakt en opgesloten. Safai vreesde dat ze hem wilden ruilen voor een Turkse gevangene in Iran. Ze belde Bani Sadr, de voormalige president van Iran. Haar man kende hem van lang geleden. Zelf woonde hij in Frankrijk.

Omdat Safai’s man in de jaren negentig in België had gestudeerd en een verblijfsvergunning had, schakelde Sadr de hulp in van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (MR). Na overleg met zijn Turkse collega werd de man van Safai vrijgelaten. Met doorreispapieren kon het koppel legaal naar ons land komen. Ze kregen een verblijfsvergunning. Safai hoefde geen asiel meer aan te vragen, ze is nooit als vluchteling erkend. In 2003 vroeg ze de Belgische nationaliteit aan.

Heen en weer naar het thuisland

Na enkele jaren keerde ze één keer naar Iran terug. ‘Een moeilijke, emotionele beslissing, ingegeven door wanhoop’, zegt ze. ‘Mijn vader had een hartaanval gekregen. Ik wilde zo graag mijn ouders nog eens zien. Dat heb ik duur betaald. Op de luchthaven in Teheran hebben ze mijn documenten in beslag genomen. Ik zat twee maanden vast tot aan mijn proces. Als ik mij nog eens met activisme zou inlaten, zou ik zes maanden in de gevangenis vliegen. Na het vonnis kreeg ik mijn papieren terug en heb ik het land zo snel mogelijk verlaten.’

Hoewel Safai zegt dat ze nooit naar Iran kan terugkeren, heeft ze ook nooit verzwegen dat ze het één keer toch deed. ‘Ik vertel dat altijd als mensen me dat vragen.’ Ze vertelde er ook ooit kort over op Andisheh TV, een Perzisch tv-station in Los Angeles. Sinds haar lidmaatschap van de N-VA vindt dat fragment zijn weg naar politieke tegenstanders. Die wijzen er op dat haar partij en de staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) toch streng zijn voor vluchtelingen die heen en weer vliegen naar hun thuisland?

Dat verwijt gaat niet op voor Safai, want ze is nooit erkend vluchtelinge geweest. Wel is ze het eens met Francken: je kan niet tegelijk erkend zijn als vluchteling en daarna toch terugreizen naar het land waar je volgens je asielaanvraag gevaar loopt. ‘Theo kijkt strengt toe op wie de regels overtreedt, net om de geloofwaardigheid van echte vluchtelingen te beschermen.’ Haar eigen verhaal toont net aan dat ook zij nooit terug kan keren, zegt Safai. ‘Door mijn activisme, dat ik voortzet, kan ik absoluut niet meer terugkeren. Drie maanden geleden is mijn vader overleden, vorig jaar mijn zus. Ik heb geen afscheid van hen kunnen nemen. Ik heb mijn moeder niet kunnen troosten. Dat valt me zwaar’, zegt Safai. ‘Maar ik kan niet terug. Wie echt gevaar loopt, kan nooit terug.’