Skiërs vangen bot na niet-selectie Winterspelen: rechtbank geeft BOIC gelijk
Decroix is verbolgen over de beslissing van het BOIC. Foto: @marjodecroix1

Skiërs Marjolein Decroix en Dries Van den Broecke gaan niet naar de Olympische Winterspeken in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang (9-25 februari). Ze claimden de startplaats die donderdag door het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) werd toegekend aan collega-skiër Sam Maes. Daarvoor trokken ze naar de rechtbank, maar de rechter in kort geding in Brussel gaf het BOIC gelijk. Maes behoudt dus zijn plek.

Zondagvoormiddag kwam de zaak voor in kort geding bij de rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel. In de namiddag volgde al een uitspraak aangezien het BOIC de definitieve selectielijst uiterlijk zondagavond aan het IOC moet communiceren.

Marjolein Decroix en Dries Van den Broecke hadden die selectie aangevochten, omdat zij vonden dat ze meer recht hadden op een startplaats op de Olympische Spelen van Pyeongchang. De rechter in kort geding besliste dat zijn bevoegdheid te beperkt is om de selectieprocedure ten gronde te wijzigen.

De Belgische delegatie voor Pyeongchang bestaat uit 21 atleten. Sam Maes, de derde skiër naast Kai Alaerts en Kim Vanreusel, werd net als snelschaatser Mathias Vosté deze week toegevoegd aan Team Belgium nadat het BOIC na reallocaties extra startbewijzen kreeg toegewezen.

Eerder reageerde het BOIC al op de klacht. “Het BOIC heeft kennisgenomen van het feit dat de reallocatieplaats toegekend aan Sam Maes in het alpineskiën wordt geambieerd door twee andere atleten, Marjolein Decroix en Dries Van den Broecke”, zo reageert het BOIC. “Na de neergelegde klachten van die twee atleten zal het BOIC morgen voor de rechtbank van eerste aanleg in Brussel zijn standpunt pleiten via zijn advocatenbureau Cresta.”

De Belgische delegatie voor Pyeongchang bestaat uit 21 atleten. Sam Maes, de derde skiër naast Kai Alaerts en Kim Vanreusel, werd net als snelschaatser Mathias Vosté deze week toegevoegd aan Team Belgium nadat het BOIC na reallocaties extra startbewijzen kreeg toegewezen.

Het volledige communiqué van Marjolein Decroix:

Skiester Marjolein Decroix dagvaardt BOIC wegens niet-selectie voor Winterspelen

Slalomkiester Marjolein Decroix stelde meester Walter Van Steenbrugge aan om het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) voor de rechtbank te slepen. De 25-jarige Decroix claimt de derde startplaats voor de Olympische Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang. Deze derde startplaats werd donderdag toegekend aan skiër Sam Maes. Zondagvoormiddag komt de zaak voor in kort geding.

Genderneutraliteit

Marjolein Decroix is verbolgen over de manier waarop het selectiereglement werd toegepast door de Selectiecommissie van het BOIC en de Koninklijke Belgische Ski Federatie (KBSF). Het bijkomende startbewijs dat het BOIC na reallocatie door de Internationale Skifederatie toegekend kreeg is “genderneutraal”, hetgeen betekent dat het BOIC deze vrijgekomen plaats op de quotalijst zowel aan een vrouwelijke als aan een mannelijke atleet kon toewijzen. Het BOIC besliste om de plaats aan de mannelijke atleet Sam Maes uit te reiken, op grond van het feit dat België een bijkomende startplaats kreeg op basis van de prestaties van een mannelijke atleet (Armand Marchand). Volgens het selectiereglement is dergelijke selectiegrond uitsluitend van toepassing als een vrijgekomen startplaats verplicht aan een atleet van het ene of het andere geslacht moet worden toegekend.

“Discriminatie op grond van geslacht”

“Marjolein staat hoger gerangschikt in de selectiecriteria dan de overige skiërs die niet werden geselecteerd. Bijgevolg heeft zij volgens het reglement recht op de vrijgekomen plaats. Door en foutieve toepassing van het selectiereglement schendt het BOIC het gelijkheidsbeginsel, minstens is dit een ongeoorloofde discriminatie op grond van geslacht, wat strijdig is met onze grondwet”, aldus meester Van Steenbrugge. “Volgens een correcte toepassing van het selectiereglement moet Marjolein dus in de olympische selectie opgenomen worden”, verklaart hij. Marjolein Decroix is bijzonder aangedaan door de beslissing: “Hier wordt mij ten onrechte ontnomen waar ik samen met mijn ouders, trainers en sponsors jarenlang keihard voor heb gewerkt. Door mijn 40e plaats op afgelopen WK, ben ik trouwens de enige atleet die aan dezelfde selectiecriteria voldoet als de 2 andere geselecteerden. Bij een negatieve uitkomst van deze zaak zal ik er in resterende deel van het seizoen alles aan doen om mijn sportieve gelijk te bewijzen”.

Spoedzitting op zondag

Morgenvoormiddag al buigt de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel zich over de zaak. Een uitspraak volgt kort allicht al morgennamiddag, vermits het BOIC de definitieve selectielijst uiterlijk morgenavond aan het IOC moet communiceren. Krijgt Decroix gelijk, dan neemt zij de plaats in van Sam Maes voor de Olympische Winterspelen, die van 9 tot 25 februari 2018 in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang plaatsvinden. Het BOIC heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding.