De Block geeft verzet tegen wijkgezondheidscentra op
Foto: Kris Van exel
De tijdelijke opschorting van nieuwe wijkgezondheidscentra, waar je gratis terechtkunt, is opgeheven na een audit door consultancybedrijf KPMG.

Het is zeker niet de grootste werf van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD), maar geen ­ander dossier op haar tafel is ideologisch zo sterk geladen als dat van de wijkgezondheidscentra. Een audit door het consultancy­bedrijf KPMG heeft de discussie erover nu beslecht: De Block staakt haar verzet.

In wijkgezondheidscentra kunnen ingeschreven patiënten gratis terecht bij een huisarts, vaak ook bij een verpleegkundige en kinesist. De wijkgezondheidscentra krijgen via de ziekenfondsen een vast (forfaitair) bedrag per ingeschreven patiënt, los van hoe vaak die effectief langskomt.

Het aantal wijkgezondheidscentra in ons land stijgt jaar na jaar, net als het aantal patiënten dat ervoor kiest. De budgetten ervoor groeien navenant: van 44 miljoen in 2007 naar 152 miljoen in 2016. In oktober 2016 besliste De Block om met een audit na te gaan of al dat geld wel goed besteed wordt. De oprichting van nieuwe wijkgezondheidscentra werd intussen on hold gezet. 

KMPG lichtte de sector door aan de hand van interviews en een enquête. Die audit leverde geen argumenten op om het morato­rium te behouden, en dus heft de minister het op. In een reactie meldt De Block dat ze ‘overtuigd is van het belang van medische huizen in het algemene gezondheidszorgaanbod’.

Overgefinancierd 

Er komt wel een werkgroep die voorstellen moet formuleren om het systeem te verbeteren, en zich zal buigen over specifieke kwesties zoals de beste geografische spreiding en een registratie van doorverwijzingen naar specialisten. Ook de vraag wat wijk­gezondheidscentra doen met het geld dat ze van de overheid krijgen maar niet  uitgeven, en of ze dus overgefinancierd worden, zal aan bod komen.

‘Die vragen zijn niet nieuw, we zijn er al mee bezig’, zegt Jan De Maeseneer, emeritus professor huisartsgeneeskunde (UGent) en strategisch adviseur van de Vereniging van Wijkgezondheidscentra. ‘Alleen over wat er met het geld gebeurt dat de centra ontvangen, zullen we niet praten. Het geld dat niet naar medische zorg gaat, wordt meestal in extra aanbod geïnvesteerd. Denk aan maatschappelijke werkers. Daarvoor hoeven we ons niet te verantwoorden, net zoals huisartsen uit de prestatiegeneeskunde niet moeten uitleggen welk deel van het ereloon ze in eigen zak steken.’

Los van die discussie halen de voorstanders van de wijkgezondheidscentra opgelucht adem. ‘De audit heeft een belangrijke verdienste: een onafhankelijke bron bevestigt dat de wijkgezondheidscentra een meerwaarde bieden’, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van de Socialistische Mutualiteiten. ‘Hopelijk is de  discussie voorgoed van de baan.’

Om die reden struikelt professor De Maeseneer ook niet over het prijskaartje van deze KPMG-audit, ruim boven 200.000 euro. ‘De minister heeft haar perceptie gecorrigeerd en dat heeft nu eenmaal een prijs.’