Belgische lonen 1,1 procent omhoog
Vakbonden en werkgevers honoreren hun loonakkoord 2017-2018. Foto: Photo News

De lastenverlaging uit de taxshift is gebruikt om extra jobs te creëren en niet om bijkomende loonstijgingen toe te kennen. De loonstijging blijft beperkt tot 1,1 procent.

Dat concluderen de werkgeversfederaties VBO en Unizo uit een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) over de loonevolutie in ons land.

Volgens de CRB hebben vakbonden en werkgevers zich in hun sectorakkoorden voor de periode 2017-2018 netjes gehouden aan de maximale marge die voor loonstijgingen beschikbaar was. Die zogenaamde loonnorm bedraagt 1,1 procent, bovenop de automatische loonindexering, en dat is precies ook het percentage aan loonstijgingen dat is afgesproken.

Als ook de loonindexering wordt meegeteld, gaat het over de twee jaar samen om een toename van de lonen met 4,5 procent, net evenveel als de gemiddelde loonstijging in de drie buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland).

Anders gezegd: de Belgische lonen lopen gelijk met die in de buurlanden en dat is een goede zaak voor het concurrentievermogen van de Belgische bedrijven.

Handicap

VBO en Unizo zijn tevreden dat de gematigde loonontwikkeling opnieuw heeft bijgedragen tot een daling van de loonkostenhandicap (gemeten sinds 1996). Die kloof is teruggelopen van 5,1 procent in 2013 tot amper 0,6 procent in de periode 2017-2018. Als ook met de taxshift wordt rekening gehouden, zijn de Belgische ondernemingen dit jaar zelfs 1 procent competitiever geworden dan in 1996, aldus de werkgevers.

VBO en Unizo herinneren eraan dat er nog altijd een historische loonkostenhandicap bestaat - dus van voor 1996 - van 10 procent.