Belgische voedselbanken kennen recordaantal gebruikers
Een voedselbedeling in Edegem. Foto: Wim Kempenaers

Met 13.864 extra monden om te voeden, tekenden de Voedselbanken vorig jaar de grootste stijging op sinds hun oprichting.

De Belgische Voedselbanken bestaan dertig jaar, maar het is een verjaardag in mineur: het ziet er naar uit dat ze niet snel overbodig zullen worden. Vorig jaar klopte namelijk een recordaantal van 157.151 mensen aan voor een gratis voedselpakket.

Waar er het voorbije decennium jaarlijks een paar duizenden extra beroep deden op de Voedselbanken, waren er dat ten opzichte van 2016 plots bijna 14.000 meer. Onder hen werd 16.488 ton levensmiddelen verdeeld of 32 miljoen maaltijden, zo staat op de site van de Voedselbanken te lezen. Ook die hoeveelheid is een record.

De grote stijging aan hulpbehoevenden loopt min of meer gelijk met die van de erkende leefloners bij het OCMW. Ook zij kenden de laatste jaren een serieuze toename. Vaak worden mensen via het OCMW en schuldbemiddeling richting Voedselbanken verwezen.

Giften

De mensen die beroep doen op de Voedselbanken zijn divers: personen met een klein pensioen, nieuwe werklozen en alleenstaande ouders. Ook meer en meer jongeren moeten het redden met beperkte middelen, vaak omdat ze weinig ervaring hebben en moeilijk aan werk geraken.

Het voedsel wordt niet alleen verzameld via giften van gezinnen, de Voedselbanken kunnen ook beroep doen op het Europees fonds voor hulp aan minstbedeelden (FEAD). En veel winkeliers, supermarkten, bedrijven en andere organisaties in ons land doen aan hongerbestrijding. Onder hen de supermarktketen Colruyt.

‘Vorig jaar hebben we bijna tweeduizend ton voedsel geschonken aan de Voedselbanken’, zegt Vic De Meester, milieucoördinator bij Colruyt. ‘Vier jaar geleden was dat nog 250 ton. Ook het aantal winkels dat schenkt, stijgt elk jaar: vorig jaar waren het er 44, dit jaar zullen het er al zestig zijn.’

Een paar bruine plekjes

Hoe meer vestigingen schenken, hoe meer levensmiddelen uiteraard bedeeld kunnen worden. Dat al die tonnen voedsel vlot hun weg naar hulpbehoevenden vinden, wijst op een duidelijke nood. ‘We stemmen de schenkingen altijd af op de vraag’, zegt De Meester. ‘Als een regionale voedselbank aangeeft dat ze met een overschot zit, dan minderen we. Maar tot dusver hebben we die vraag nog maar in één Colruytvestiging gekregen. Daaruit leiden we af dat de hulp meer dan welkom is.’

Welk voedsel dan zoal geschonken wordt? Vic De Meester: ‘Vaak zijn het verse producten die wel nog eetbaar, maar niet verkoopbaar zijn. Denk aan een bloemkool met enkele bruine plekjes: de consument laat die liever links liggen, ook al is ze vers en perfect eetbaar. We schenken de bloemkool liever weg dan ze te vernietigen.’