Leraren en burgerlijk ingenieurs moeten verplicht toelatingsproef afleggen

Vanaf volgend academiejaar zullen hogeschool studenten die leraar willen worden, en universiteitsstudenten die studeren voor burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect, zich pas kunnen inschrijven na deelname aan een niet-bindende toelatingsproef.

De bedoeling is dat studenten die voor deze opleidingen kiezen met realistische verwachtingen aan de start komen en zo meer studiesucces kunnen boeken.

‘De niet-bindende toelatingsproeven zijn bedoeld om de studiekeuze te versterken, niet om de instroom te beperken’, klinkt het in het persbericht. De maatregel is dus niet te vergelijken met het vroegere toelatingsexamen burgerlijk ingenieur. Dat had wel de bedoeling om de instroom te beperken, en had dus een bindend karakter.

Een student die niet slaagt voor de proef wordt dus nog steeds toegelaten tot de opleiding. Wel kan de instelling beslissen om bij een lage score remediëring op te leggen. Ook dat is bedoeld als maatregel om het studiesucces te verhogen. Studenten die bij de start bepaalde werkpunten vaststellen, kunnen zich op die manier meteen gericht bijspijkeren.

De invoering van verplichte niet-bindende toelatingsproeven in het hoger onderwijs maakt deel uit van het beleid van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits om de studiekeuze van jongeren te versterken. Om die studiekeuze te maken, liet de minister al de oriënteringsproef Columbus ontwikkelen voor leerlingen op het einde van het secundair onderwijs. De ontwikkeling van niet-bindende toelatingsproeven voor specifieke opleidingen is een tweede stap.